Gambier, vulkanische eilanden binnen een koraalring   10 comments

Mangareva is het hoofdeiland, er wonen zo’n 1500 mensen. Bijna iedereen leeft van de parel-industrie. Sommige families bezitten zwarte parel farms, andere werken op de farms. Er is door de parels veel welvaart op het eiland. Het eiland is groen, groener, groenst met scherpe bergpieken en steile afgronden, omringt door azuurblauw water in allerlei verschillende kleurschakeringen. In de verte, langs de rand van het atol, liggen kleine eilandjes van wit zand, begroeid met palmbomen. ‘Dit is het mooiste wat ik tot nu ooit heb gezien.’, zegt Marco. Hij heeft gelijk, nooit eerder zag ik zulk overweldigend natuurschoon. Het is een mix van tropische palmen, wit zand, bloemen, fruitbomen, met hoger gelegen dennenbomen en scherpe rotswanden. Aan de voet van de vulkanische berg ligt het dorpje Rikitea. Het meest opvallendste gebouw vanaf het water gezien, is de keurig onderhouden, witte kerk. Er zijn een paar kleine winkeltjes in Rikitea. Als ik sla, tomaten en komkommer ga kopen, krijg ik alles gratis van de eigenaresse van de winkel, met nog eens extra een enorme papaya. ‘Welkom! Wat vind je van het eiland?’ Enthousiast antwoord ik: ‘De natuur is overweldigend, de mensen vriendelijk en het is heerlijk weer aan land te kunnen na bijna een maand op zee!’ In de dagen die volgen verkennen we het eiland op de fiets.

Onbewoonde eilandjes, haaien en gezelligheid

We leren andere zeilers kennen en we hebben geluk, er is een boot met twee kinderen, Zwitsers en de jongens zijn 6 en 4 en spreken ook Engels. Binnen een uur zijn ze de beste vrienden met Mathies. Samen met de buurboot besluiten we de onbewoonde eilandjes langs het buitenste rif te bezoeken. Het is er waanzinnig mooi. We blijven een weekje en varen van het ene onbewoonde eiland naar het ander. Heel veel beter dan dit heb ik het nog niet meegemaakt. Het is niet té warm, er zijn geen insecten en als het niet waait, kun je snorkelen met white tip en black tip haaien, roggen en gekleurde koraalvissen. Vooral het eilandje Tekava leent zich bij uitstek voor kitesurfen.

dsc_1704

Kamaka

Al in Ecuador was ik aan het struinen op internet op zoek naar een surfspot in Gambier, ik vond een blog van zeilers die gesurft hadden bij een eilandje binnen Gambier, Kamaka. De eerste persoon die ik spreek over het eilandje om te vragen naar de condities, vertelt dat het een privé-eiland is, ik voel meteen een stress-steen in mijn maag. Het zal toch niet waar zijn dat we er niet heen kunnen? Marco stelt me gerust: ‘Het komt goed, druktemaker. De zee is van niemand, in het ergste geval mogen we niet aan land.’ Ik ben maar ten delen gerustgesteld, stel dat iemand wel komt zeggen dat we weg moeten, dan kan ik hier niet surfen… Gelukkig komt het uiteindelijk goed. De eerste keer dat de omstandigheden goed lijken te zijn, ga ik met de dingy. Marco moet diesel in de dagtank tanken, de diesel in één tank is ernstig vervuild en het duurt uren en dan nog is het niet klaar, er is van alles kapot aan de centrifugaal separator. Ondertussen klap ik zowat uit elkaar van ongeduld, vandaag is er swell en geen wind… Dat zijn omstandigheden die zeker niet elke dag voorkomen. ‘Kan ik dan niet gewoon met de dingy gaan?’, roep ik nadat ik alle spullen heb omgeruimd die tijdens het varen om zouden kunnen vallen en van pure onrust zelfs alvast lunch gekookt heb. In eerste instantie vindt Marco dat onzin en zonde van de benzine, maar uiteindelijk om 14:30 uur krijg ik toch mijn zin. Het is ongeveer 20 minuten met de dingy, best ver. Met een knoop in mijn maag vaar ik er in mijn eentje heen, als alles maar niet voor niets is. Shortboard en sup, zonnebrand, water, eten, anker, handhold, warme kleren voor de terugweg. Het is best spannend, als de motor ermee kapt, heb ik een serieus probleem. Maar gelukkig gaat alles goed. Na een krappe 20 minuutjes kom ik aan, al in de verte zie ik een golf om het eiland krullen en breken. Dit belooft veel goeds! En ik vergis me niet, de golf bij Kamaka is fantastisch, het is een lefthander (mijn kant op) en hij loopt lang door. Het water is een doorschijnende blauwe wand en ik zie het koraal onder me door schieten. Het lijkt een beetje op Tobago, alleen nu ben ik helemaal alleen, op een onbewoond eiland, ik zie er niemand, ook geen huis. Ik surf tot de zon begint te zakken. Ik heb uitgerekend dat ik rond 18 uur terug moet varen om voor het donker terug te zijn, en weer laat de motor me niet in de steek, moe maar voldaan kom ik terug. De volgende dag is de Silverland klaar om naar Kamaka te varen, de wind neemt in de loop van de dag meer toe vanuit het noorden en de golven zijn daardoor iets minder clean, maar desalniettemin is weer een prachtige dag. De volgende dag varen we weer naar weer naar het kitesurfeilandje Tekava en blijven daar vier dagen om te kiten dan zeilen we weer naar Kamaka, er is weer swell voorspeld, deze keer zijn de golven echt hoog en ik heb een onvergetelijke dag. Marco komt ook eventjes, maar hij wil liever op een kleinere dag, besluit hij, nadat hij flink gespoeld is. deze keer komt er een bootje langs om te zeggen dat het een prive-eiland is, maar dat we wel op het strand mogen, alleen niet naar boven de berg op. Gelukkig zijn we er nu zelfs gewoon legaal. ik had natuurlijk ff toestemming vooraf moeten gaan vragen, maar ik was bang voor een ‘Nee’. Mathies is ook in gloria, hij vangt maar liefst drie grote vissen en speelt verder hele dagen met zijn nieuw gebouwde lego op het voordek. Als de wind nog verder toeneemt, varen we weer terug naar Tekava, waar we nog vier dagen kitesurfen.

dsc_1754-2

Tekava

Er is aan de aflandige zijde spiegelglad water, Marco vermaakt zich door over de zandtong te springen en ik kan perfect tricks oefenen in het gladde water. In de bomen broeden tientallen vogels, uit één nest is een kuiken gevallen, Mathies heeft het terug gezet in het nest en sinds dat moment kan hij het altijd weer aaien en oppakken. Verder trekken we hem op een surfboard voort achter onze kites, of gaat ie mee op het board tussen onze benen. Hij vindt het leuk, maar het is ook best zwaar aan zijn armen, meer spinazie! En dan is het weer tijd voor de ‘bewoonde wereld’.

dsc_1805

Posted december 19, 2016 by marije73 in Uncategorized

Werfbeurt deel I   4 comments

Ondanks alles verliefd op Ecuador

Nooit eerder waren we in een land met zulke positieve, vriendelijke, behulpzame mensen. Manta, bijvoorbeeld, is drie maanden voor onze komst getroffen door een aardbeving en we zien veel ingestorte gebouwen. (We hebben enorm getwijfeld of het verstandig was om naar Manta te komen, maar kregen via een contact hier groen licht. Er is geen tekort aan voedsel, water en elektriciteit.) Als we door de stad fietsen, zien we bedrijvigheid. De mensen zijn optimistisch en hard aan het restaureren. Geen grauwe sluier. Ook zijn ze extreem vriendelijk en behulpzaam. Vooral in de baai voelen we ons al heel snel thuis. We zijn de enige zeilboot en de mensen vinden het heel bijzonder en leuk dat we er zijn. Als ik met de dingy aankom bij het taxibotenponton klinkt er een heel koor van begroetingen: ‘Mathies!!! Hollanda!!!’, en ik roep vrolijk terug: ‘Ecuador!!!’. Maar ondanks al deze vrolijkheid is er ook een grote downside: Ecuador is niet gemakkelijk voor privé-boten.

 

Regels en beperkingen

De regels voor privéboten zijn één op één gekopieerd op de regels voor de beroepsvaart, dat maakt alles enorm duur en gecompliceerd. Om in te klaren, bijvoorbeeld, heb je een agent nodig en die zijn best prijzig. We proberen het agentschap te omzeilen, maar dat gaat niet. Dus na een dag tegen muren aanlopen, klaren we alsnog in via het agentschap: kosten 300 US. We arriveren eind juni en in de maand juli proberen we een geschikte plek te vinden om de boot op de kant te krijgen en dat is niet eenvoudig. De prijs is bijvoorbeeld exorbitant hoog: 3500 US voor het uit het water halen van de boot op een gammele oude kar. We kunnen het niet geloven, het is natuurlijk een gringo-prijs. We zijn teleurgesteld. Het leek zo’n goed idee om naar Ecuador te gaan. Marco had lang geleden, op internet/ youtube, al gezien dat ze in Manta boten het strand op trekken op karren met tractoren en het leek hem romantisch en goedkoop om op die manier de werfbeurt te doen. Tussen de vissersboten op het strand. En nu lijkt dat idee in duigen te vallen. 3500 US is 3x zo duur als de werfbeurten die we tot nu gehad hebben, en op die werven waren prachtige travel liften om de boot mee het water uit te takelen. Na heel veel navraag en gesprekken voeren, blijkt 3500US echt de prijs te zijn die de lokale vissersboten ook betalen. ‘Misschien is het in Esmaraldas, een plaats tegen de grens van Colombia, goedkoper.’, vraagt Marco aan de werflui. Ze weten het niet. Er is nergens iets te vinden op internet, niemand heeft een telefoonnummer, dus neemt Marco de nachtbus en vertrekt naar Esmaraldas. Daar wacht hem een nieuwe teleurstelling. Er is helemaal geen werf meer. Terneergeslagen komt hij terug. ‘Moeten we het dan maar hier doen voor de hoofdprijs?’ We twijfelen, al ons spaargeld weer op. Wat moeten we doen? De meeste boten hier vallen droog op het strand en werken met laagwater aan de antifauling. Alleen als ze echt schade hebben, gaan ze de werf op. Maar onze boot komt veel schuiner te liggen, de onderkant van de kiel valt niet droog en Marco kan niet goed aan één stuk doorwerken met breeuwen, dus die optie valt ook af.

De permissie

Als we na lang wikken en wegen besluiten we het dan maar voor die mega hoge prijs te doen, wacht ons opnieuw een tegenslag: de werfbaas is opeens tegendraads. Hij wil nog meer geld, doet moeilijk over hoe lang we kunnen blijven, twijfelt of onze boot wel op de kar kan, en neemt zijn telefoon niet meer op. Ik bel hem anoniem en dan neemt hij wel op. We maken opnieuw een afspraak, hij komt langs op de boot en trekt bij.  Eindelijk hebben we een datum om de kant op te gaan. ‘Oh ja’, zegt hij na het gesprek, ‘jullie moeten wel een permissie hebben.’ het klinkt zo onschuldig, maar al snel blijkt dat een soort van onmogelijk. Een permissie krijg je via een agentschap, en het komt erop neer dat het ons minstens 1300 US gaat kosten om het papiertje te bemachtigen. Gedesillusioneerd zeggen we de afspraak af. We gaan de andere opties uitzoeken, Colombia bijvoorbeeld, maar dat is terug naar het noorden,  het is een gebied met het hoogste risico op malaria, en andere muggenziektes, en het regent er zo’n beetje non-stop. Een andere optie is terug naar Panama, helemaal ver naar het noorden terug, volop regen en weer diesel verstoken doordat het in de hele baai niet waait. Wat dan? Het hele reisschema omgooien en naar Midden-Amerika, naar Nicaragua? Om niet helemaal aan wanhoop ten onder te gaan, ga ik een dagje surfen in een nabijgelegen plaatsje, San Mateo. Daar spreek ik een jongen, Davo,  die een kitesurfschool in Santa Marianita heeft en daarvoor een poosje voor de overheid heeft gewerkt. Hij is geschokt over de bedragen die de agentschappen vragen en zegt ons te willen helpen. Hij geeft ons het telefoonnummer van het hoofd van de havenmeester, kapitein Naranjo. Kapitein Naranjo maakt tijd voor osn vrij, we gaan op gesprek. We leggen uit dat onze boot om veiligheidsredenen het water uit moet, we maken een beetje water. (Dat is eigenlijk heel normaal voor een houten boot, maar Davo heeft ons getipt het daarop te gooien). Kapitein Naranjo blijkt een heel aardige meneer te zijn die ons echt verder helpt. Want na een uurtje staat er al een werknemer bij ons aan boord om te controleren of er inderdaad wat water binnenkomt en weer twee dagen later hebben we de emerency permissie. Met de felbegeerde permissie op zak rijden we linea recta naar de werf. We maken opnieuw een afspraak om het water uit te gaan, dat kan alleen als het waterpeil weer hoog is. Dus moeten we 10 dagen wachten. Maar dat maakt niets meer uit, het gaat eindelijk lukken, durven we haast te geloven…

dsc_0209

Te laag water

Dus gaan we die middag nog een keertje praten. Nu is de werfbaas een stuk toegankelijker. Hij belooft het rustig aan te doen en de tijd te nemen voor extra ondersteuning. Het gaat toch door. Om vier uur in de middag is de laatste boot eindelijk van de helling. De werfbaas komt aan boord en we varen naar de kar, die onderwater op de heling ligt. Na wel zes onvruchtbare pogingen, moeten we het hele project staken. Het water is niet diep genoeg. We komen niet helemaal boven de kar.  En dat terwijl de werfbaas continue verkondigd heeft als Marco over het waterpeil begon: ‘Sufficiënt!’ Wat een mega flapdrol van een werfbaas! Dodelijk verdrietig druipen we af, 500 US en een illusie lichter. Nu kunnen we weer van voren af aan beginnen. Wéér zoeken naar een nieuwe werf, wéér moeilijk zoeken en tig telefoonnummers e-mailadressen die niet werken… We moeten het onderhoud doen aan het onderwaterschip. En als we eenmaal de Pacific overgestoken zijn, is het al helemaal onmogelijk om de kant op te gaan. Dus we blijven zoeken, hopen en proberen.

Maand wachten

Het wordt Tarqui, een wijk van Manta, precies aan maand later. De plek die Marco heel lang geleden al uitgezocht had, maar die we door de enorme kosten voor op het strand staan én het feit dat we er pas in september de kant op kunnen, hadden laten schieten. Nu is het echter de enige realistische optie. We zullen de werfbeurt onder extreme tijdsdruk moeten gaan uitvoeren, want ons toeristen visum verloopt en er is maar één keer eind september weer heel hoog water. In de maand die we moeten wachten, doen Marco en Vincent kleine klusjes aan boord. We nemen tijd voor ontspanning. Ik ga met Mathies een weekend kamperen met een kennis en haar dochter, in een surfdorpje. Eens te meer blijkt maar weer hoe erg ik mijn vriendinnen mis en de goede gesprekken die ik met hen kan voeren. De moeder waar ik mee op stap ga, zit of achter haar mobiel geplakt of ze steekt een monoloog af, luisteren naar mij is er niet echt bij… Toch hebben we het ook leuk. Te meer omdat de golven hoog en indrukwekkend zijn én Mathies en het meisje spelen super tof samen, dat is een feestje om naar te kijken. In het weekend dat ik weg ben, zetten Marco en Vincent de bloemetjes buiten, ze worden kacheltje lam en hebben het grootste plezier. Dat is maar goed ook want we gaan bijna de kant op.

Tarqui

Midden in de nacht is het hoog water en kunnen we de kar opvaren. We zijn allemaal tot het uiterste gespannen, bang voor weer een teleurstelling, maar deze keer gaat het goed! We staan en als het water zakt, springen Marco en Vincent het water in om extra verstevingsbalken aan te brengen tussen de boot en de kar. Langzaam en voorzichtig worden we het strand opgetrokken. En dan is het zover! Na twee maanden zoeken en proberen, staan we! Wat zijn we opgelucht, nu kunnen we eindelijk aan het onderhoud werken. Niet leuk, maar wel noodzakelijk. Maar de volgende teleurstelling ligt alweer op de loer. De kar kan niet onder de boot uit. Op het moment dat ze de kar beginnen te verschuiven, begint de boot bijna te kiepen. Als een dolle brengt Marco nieuwe verstevingsbalken aan. Na dit akkefietje wil de werfbaas de kar niet meer weghalen. Dat is voor Marco, Vincent en mij erg lastig. We moeten nu om en tussen de kar doorwerken. Ook voelen we de hete adem van de tijd in ons nek hijgen. We hebben maar 14 dagen, en dat is niet veel. Maar godzijdank is Vincent er om ons te helpen. Hij is onze redding, zonder zijn hulp zouden we het niet halen. We moeten een paar kleine hout reparaties doen, er moet flink veel gebreeuwd worden en alle verf moet vernieuwd. Maar er zijn ook voordelen en dat is dat het niet regent, er niet veel muggen zijn en dat de sfeer op zich best heel goed is, vooral ook omdat we met zijn drieën werken. We weten nu al dat we Vincent een vette beloning gaan geven! Op het moment dat ik dit schrijf hebben we nog 5 dagen dan moet het klaar zijn en gaan we terug het water in. We moeten het halen,  dat kan niet anders! Nou maar hopen dat alles goed blijft gaan! Wordt vervolgd!

 

 

Posted september 14, 2016 by marije73 in Uncategorized

Islas Perlas en Ecuador: Woeste, ongerepte natuur en walvissen   Leave a comment

Vanuit Panama City motoren we in drie dagen naar Ecuador. We zijn twee maanden aan de Pacific zijde bij Panama City geweest en dat was eigenlijk veel te lang. We zijn het helemaal zat daar als we w…

Bron: Islas Perlas en Ecuador: Woeste, ongerepte natuur en walvissen

Posted augustus 19, 2016 by marije73 in Uncategorized

Islas Perlas en Ecuador: Woeste, ongerepte natuur en walvissen   3 comments

DSC_1244

Vanuit Panama City motoren we in drie dagen naar Ecuador. We zijn twee maanden aan de Pacific zijde bij Panama City geweest en dat was eigenlijk veel te lang. We zijn het helemaal zat daar als we wegvaren. Al hebben we er ook echt hele leuke en mooie dingen beleefd. Mijn vriendin Anne is langs geweest met haar dochter, mijn moeder is twee weken aan boord geweest en we hebben een nieuwe crew: Vincent, een Canadees die op zijn motor op wereldreis is. Zowel met Anne als met mijn moeder bezoeken we de Perlas eilanden.

Islas Perlas

De Islas-Perlas is een ontzettend pure en ruige groep eilanden, op zo’n 5 uur varen van Panama-City, vooral de zuidelijke eilanden zijn totaal ongerept. Met Anne en Yara zijn we bij de noordelijke eilandjes geweest en dat is goed bevallen. Het is er veel koeler, het water is schoon en het regent minder lang achter elkaar. Het regenseizoen is namelijk in volle hevigheid los gebarsten en dat maakt ons verblijf in Panama-City er niet beter op: snikhitte, klam, benauwd en muggen. Om de hitte te ontvluchten varen we ook met mijn moeder direct naar de Islas-Perlas, maar nu willen we de zuidelijke eilanden van de groep checken. Onze eerste ankerplek is adembenemend mooi- onbewoond, zandstrand, ruige rotsen en wilde begroeing- maar er blijken veel muggen op het strand te zitten. Mijn moeder heeft niet in de gaten dat ze geprikt wordt tot het te laat is. Ze zit helemaal onder. Ook ik ben een paar keer flink te grazen genomen, maar vergeleken bij de bulten van mijn moeder stelt het niks voor. Het is iets minder ideaal dan we dachten… De volgende dag varen we verder. We liggen voor een klein plaatsje voor anker en ik besluit de baai te verkennen op mijn sup. Er schijnen veel krokodillen te zitten en dat zorgt net voor een edgy kantje. Maar ik zie geen enkel hapgraag beest, wel veel roggen. Ook hier is het niet echt iets voor mijn moeder om aan land te gaan, zelden waren we bij zo’n totaal ontoeristisch plekje. Het dorpje telt misschien honderd inwoners en er komen haast nooit toeristen. De straatjes zijn bezaaid met kippen -en- hondenpoep, overal scharrelen schurftige honden en kale kippen. Dus varen we naar het grootste eiland Ile del Rey.

In plaats van meer civilisatie is het nog ongerepter. Het is waanzinnig mooi, de stranden strekken zich uit langs de kust, omringt door pure jungle, slaperige kleine dorpjes liggen iets verder landinwaarts. Als we voor anker willen gaan, vaart het hele dorp uit. Volwassen mannen in kleurige piroks en kinderen in houten kano’s, iedereen hangt aan de reling van de boot. Het is een drukte van jewelste. ‘Candy? Chocola? Cola?’, roepen de kinderen. Ik geef ze allemaal een snoepje. We krijgen van hen de lekkerste banaantjes, vers uit de jungle. Mijn moeder heeft haar zoveelste cultuurshock. Ze heeft het flink te verduren dit bezoek. Ze blijft veilig aan boord van de Silverland en speelt met Mathies met Lego, ze tekenen en spelen spelletjes. Als ik me zorgen maak, zegt ze: ‘Ach meis, het maakt me niet uit. Ik wist al waar ik aan begon en ik wil gewoon bij jullie zijn, daarom ben ik hier.’ De boot en het land Panama kunnen haar gestolen worden, ik troost mezelf met de gedachte dat ze écht gekomen is om met Mathies te spelen én dat doen ze gelukkig de hele tijd. Ik check samen met een bevriend Frans stel een surfspot. Dat is een heel avontuur. We lopen in de stromende regen door het dorpje en worden gevolgd door een hele sliert kinderen, ze wijzen ons de weg. We moeten een klein pad volgen door de jungle, komen uit bij mangrove bosjes en moeten een heel eind door de mangroven paddelen om bij het strand uit te komen. Voor de zekerheid informeer ik maar even of hier ook krokodillen zitten. Maar nee, dat blijkt niet het geval. Helemaal gerust ben ik er niet op en ik paddel net iets harder dan ik normaal zou doen. De golven zijn al even ruig als de rest van het eiland. Toch hebben we plezier, vooral ook omdat het weer droog is. Het is vooral het avontuur wat deze sessie tot een onvergetelijke sessie maakt. Na deze stop doen we nog één jungle stop, weer plenst het overdag van de regen. Als het ’s avonds droog wordt zijn we blij dat we even buiten kunnen zijn, daar is het een stuk koeler en we eten op het achterdek. Zodra Marco de lamp in de mast aanzet, worden overspoeld door vliegende insecten. Mijn moeder en ik zitten ingepakt in lange broeken, truien en sokken omdat we niet wéér door muggen opgegeten willen worden. Het zijn gelukkig geen muggen, maar als je een hap neemt, eet je wel zo’n 10 insecten mee. Dan besluiten we unaniem dat het tijd is voor de bewoonde wereld, dit is niks voor mijn moeder.

Taboga

We gaan voor anker bij het idyllische eilandje Taboga vlak voor de kust van Panama-city. Op dit eilandje is alles schoon en geverfd, er zijn terrasjes en restaurantjes. Je kunt er zelfs parasols en ligbedjes huren. Gelukkig wordt het ook droger. Mijn moeder, Mathies en ik genieten van het strandleven, we kletsen onder de parasol terwijl Mathies lekker aan het spelen is. Marco en Vincent hebben allerlei projecten waar ze samen aan werken, en springen als het te heet wordt in zee om even lekker te zwemmen. We ontmoeten een Duitse familie die met hun catamaran droogvallen op het strand om hun boot voor te bereiden op de oversteek over de Pacific en gaan met hen uit eten. Een super gezellige avond. We sluiten het bezoek van mijn moeder af in Panama-city: de oude stad, en het biodiversiteit-museum staan op het menu. Wij bereiden ons daarna voor om naar Ecuador te varen. De lage grijze bewolking, regen en de snikhitte nemen steeds meer toe, het komt onze keelgaten uit. We willen weg! Dus hijsen we Vincents motor aan boord en vertrekken.

Aankomst Ecuador

De laatste mijlen naar Manta zien we walvissen springen in de verte. Marco: ‘Wow!!! Ik zag gewoon een hele walvis de lucht in springen! Echt, zoals in documentaires!’ Ik kijk in de richting en zie alleen een vette plons. Om me heen speurend zit ik aan dek, ik zie veel actie: vinnen, plonzen maar geen hele walvis die uit het water springt. Ik ben teleurgesteld, en hoe kan ik weten dat ik een week later, tijdens een tochtje met onze vrienden Menno en Anneke, maar liefst 19 walvissen zal zien, nog veel dichterbij en ook vol uit het water springend. Het uitzicht op Ecuador maakt veel goed. Zo anders dan alles wat we de afgelopen jaren zagen. Het is ruig en droog, met in de verte hoge bergen, hoge rotsformaties langs de kust en stille dorpjes. Ik ben meteen verliefd.

Weekje vakantie

De eerste week dat we in Ecuador zijn, komen onze vrienden Menno en Anneke, ons bezoeken. We rijden met hen door het binnenland, met de rental crossed Menno over piepkleine zandweggetjes. Af en toe houden we onze adem in, als dat maar goed gaat. Het toffe aan deze manier van rondrijden is dat we echt midden in het binnenland zijn. Af en toe maken we een stopje en dan snuif ik diep de lucht in. Ik ruik kruiden en vee.

 

Wat is het speciaal om in Zuid-Amerika te zijn! Het binnenland is adembenemend mooi. Ik heb het gevoel dat ik Zuid-Amerika al ken, maar dat komt door de boeken van Isablle Allende. Ook bezoeken we wat werven, het ziet er allemaal best gammel uit. Als ik eraan denk dat onze mooie boot hier het water uitgehaald moet worden op een kar voel ik mijn maag even samenknijpen. Maar er gaan de hele tijd boten het water in-en-uit, dus het zal wel goed komen. Daarnaast maken we een walvistochtje met Silverland, we zien zoals ik eerder al schreef maar liefst 19 walvissen. We genieten erg van het land en het zeer aangename klimaat. ’s Avonds is het fris en overdag droog en niet heet, maar warm. We zien maar een fractie van het land, en ik zou heel graag met een motor of auto wat langer en dieper het binnenland intrekken, maar dat gaat niet. We moeten de werfbeurt voorbereiden. Dat betekent proberen afspraken te maken en dat is een soort van onmogelijk hier. Internetsites zijn er amper, telefoonnummers werken niet en de juiste persoon zien te vinden is ook erg lastig. We worden van hot naar her gestuurd. Maar we laten ons niet gek maken en doen het rustig aan, maken ook tijd vrij voor leuke dingen. In Panama hebben we non-stop aan de boot gewerkt en niets leuks meer gedaan de laatste tien dagen. Dus gaan we kitesurfen als het waait en ik surf regelmatig. Ook gaan we naar marktjes, wandelen en fietsen door de stad en gaan af en toe een hapje eten in één van de lokale restaurantjes. Het eten is spotgoedkoop hier. En er is een enorme diversiteit aan fruit en groente. We kunnen zelfs aardbeien kopen. Maar we moeten wel de kant op, dat is waar we hier voor zijn, en het net sluit zich steeds dichter om ons heen. Wat eerst zo’n super goed idee leek, lijkt nu een mislukte actie te worden…. Wordt vervolgd!

 

Posted augustus 18, 2016 by marije73 in Uncategorized

Aruba, Cartagena en Kuna Yala   10 comments

‘Me gusta mucho la cometa!’

Vanuit Curaçao zeilen we met een Nederlandse familie (die in Curaçao woont) naar Aruba. Het leek ze leuk om een zeiltochtje te maken met daaraan vastgeknoopt een minivakantie op Aruba.

De beloofde wind blijft een beetje uit, dat is teleurstellend, maar na een uurtje zien we dolfijnen en dat maakt veel goed. Dolenthousiast roept de vrouw vanuit het kluivernet: ‘Ik wil dit leven ook! Laten we een zeilboot kopen en ook gaan rondzeilen, wat wil een mens nog meer!’ na twee-drie uurtjes laten we Curaçao ver achter ons en ontstaat een flinke deining, we schommelen behoorlijk en de eerste zeeziekpilletjes worden uitgedeeld. De uitbundige stemming maakt plaats voor een wat timide stemming. De kinderen worden hangerig en gaan slapen. Na nog een paar uurtjes komt de vraag: ‘Hoe lang nog?’ Rond borreltijd is de stemming ietwat bedrukt. Gelukkig wakkert de wind op dat moment aan en binnen een halfuur zeilen we als nooit tevoren. Er is haast geen golfslag meer, en we halen met gemak 9 á 10 knopen. We vliegen over het water. Als we toch eens altijd zo konden zeilen!! Ons enthousiasme steekt onze gasten aan en om de minuut staat er iemand anders de snelheid te rapporteren:  ‘We gaan nu zelfs 10, 1!’. De familie stapt van boord en wij gaan voor anker. Pas de volgende dag klaren we in-en-direct-weer-uit. Aruba heeft ons hart niet gestolen en we zijn erg benieuwd naar Cartagena. We halen snel wat boodschappen en zeilen door. Er is mooi windvenster, het kan namelijk nogal spoken rond de noordkust van Colombia. Er staan flinke golven en we zeilen niet meer zo licht en snel als de avond ervoor, maar omdat er flink wat wind staat- 5Bf- gaan we toch erg lekker.

Cartagena

Vroeg in de ochtend varen de riviermonding in. We zijn meteen verkocht, een totaal nieuwe wereld. Kleine houten piroks varen door de rivier, in de verte het silhouet van de stad, skyscrapers en klassieke kathedralen, torens en de stadsmuren. We moeten inklaren via een agent, een dikke patser met gouden ringen en vet achterover gekamd haar. De douane en imigrations zitten samen met de agent aan tafel naast ons. de agent is totaal nutteloos en steekt al het geld in zijn vette knuist. Het zij zo…

De stad is betoverd, Mathies en ik zijn vooral verliefd op het oude stadsgedeelte, Marco wordt vooral gegrepen door de sleasy buitenwijken. We blijven een week in de stad, langer kost veel meer inklaargeld. We genieten van de cultuur en het stadsleven. In de avond eten we bij stalletjes op een kerkplein. Het bruist er van het leven, kinderen, oude mensen, jonge mesnen, backpackers, iedereen komt er samen. We doen groot inkopen en dan is het tijd om verder te varen. De tocht naar Kuna Yala, San Blas gaat vlotter dan verwacht en we moeten zeil weghalen om niet midden in de nacht aan te komen. We hebben namelijk daglicht nodig om het omringende rif binnen te kunnen varen.

Kuna Yala

Voorzichtig zeilen we door het kanaal het omringende rif van San Blas binnen. Ik sta op de uitkijk om te checken of de kaarten wel kloppen en we niet opeens per ongeluk op een ondiepte klappen. Naast me breken golven en langzaam passeren we de passage. Vrijwel onmiddellijk daarna zijn we in kalm water.  Om ons heen zien we overal piepkleine tropische eilandjes, plukjes palmbomen met een strookje strand omringt door water in onwaarschijnlijk heldere tinten blauw. Mooier dan dit heb ik gedurende de hele reis nog niet gezien!

‘Kijk nou, daar drijft een korkodil!’, roept Mathies op één van de eerste dagen ’s avonds. We moeten lachen en komen kijken. ‘Welnee, da’s een boomstam.’, antwoord ik met iets van opluchting. We hebben de hele middag gekite rond het eiland, Salardup, Mathies heeft er gezwommen en Mare, onze hond, is naar de kant gezwommen vanaf de boot, een krokodil in de baai lijkt me (zelfs achteraf) geen pretje. Mathies denkt er het zijne van en besluit de “boomstam” in de gaten te houden. Een poosje later roept hij ons weer: ‘Het is WEL een krokodil kom maar kijken, ik zie ogen glinsteren in het licht.’ Mathies staat met een zaklamp op de “boomstam” te schijnen en waarachtig, hij heeft gelijk! Twee ogen lichten vervaarlijk op. Onmiddellijk haalt Marco de grote schijnwerper en schijnt op de krokodil. Het is een flink beest, bijna drie meter lang. Hij loert naar de boot. Marco en onze crew springen in de dingy om hem van dichtbij te bekijken. Mathies moet op de boot blijven. We hebben gasten aan boord en iedereen staat vol spanning naar het gebeuren te kijken. Zodra de jongens dichterbij komen duikt de krokodil onder, maar echt weg gaat hij niet. In het heldere water zien we de krokodil op vijf meter diepte op de bodem liggen. Na een tijdje echter is het nieuwtje er af en gaan we verder waar we gebleven waren, borrelen en kletsen over de heerlijke dag waarop we gekite hebben in dit paradijs. Het water is vlakker dan vlak en heupdiep op veel plekken, ideaal om nieuwe tricks te leren, het is het werkelijk ‘heaven on earth’. Het 28C water is kristalhelder, onder je zie je roggen voorbij schieten en het koraal oplichten. Op het kleine eilandje staat één rieten indianenhut, waar een vriendelijke Kuna familie eenvoudige maaltijden en koude drankjes serveert. Alleen die krokodil… Als Marco ’s nachts een plas doet vanaf het gangboord, plast hij per ongeluk op het griezelige beest. De krokodil is tot naast de boot gezwommen en ligt er zo’n beetje tegenaan te wachten tot de hond overboord valt… De volgende dag vertel ik opgewonden over onze ontdekking aan Lari, de eigenaar van het eilandje. Hij stelt me gerust. Overdag laat een krokodil zich nooit zien, ze zijn er bovendien haast nooit, alleen na zware regenval stromen ze mee de rivieren uit. En aangezien het de afgelopen weken nog flink geplenst heeft, is dat de reden dat de krokodil er was. Maar hij geeft me ook een waarschuwing: ’s nachts niet zwemmen rond de boot én zeker de hond en Mathies niet.

La Cometa

We verkennen in de week die volgt het gebied en in de daarop volgende maanden kitesurfen en zeilen we met onze chartergasten in het hele gebied op de mooiste plekken. San Blas, of beter gezegd Kuna Yala, want zo noemen de indianen het, leent zich bij uitstek voor het charteren. Je kunt de archipel alleen met een boot bezoeken. Al onze gasten hebben een onvergetelijke tijd en nemen vaak met tranen in hun ogen afscheid. De Kuna-indianen zijn zeer vredelievende mensen, waar we ook komen, iedereen verwelkomt ons met een brede smile. Soms moet je een dollar of twee betalen om een eilandje te betreden, maar dat zijn dan altijd prachtig onderhouden eilandjes en we staan letterlijk bij de mensen in hun achtertuin. Niet alle eilanden zijn geschikt om te kitesurfen, maar een heel aantal wel. De Kuna’s zijn erg geïnteresseerd in onze geliefde sport: ‘Mui bien, la cometa!! Me gusta mucho!’, zijn de enthousiaste reacties die we horen als we van het water komen.  “Cometa”, wat een prachtige naam voor een sport waarbij je hoog door de lucht vliegt!

Waanzinnige golven

Eén eiland springt er qua surf en kitesurf mogelijkheden met stip uit: Chicimé. Het is een wat groter eiland met een breed zandstrand waar je veilig je kite kunt lounchen. Aan de aanlandige kant van het eiland ligt een brede lagune met spiegelvlak water, ideaal om te freestylen. Schuin achter het eiland is een diep kanaal tussen het omringende rif door én dat is de plek die juist deze spot zo bijzonder maakt. Hier breken waanzinnig mooie golven. In eerste instantie denken we dat het niet goed is om te golfkitesurfen, we zijn bang dat little Chicimé, het kleinere eilandje, ervoor de wind verstoort. De golven kunnen flink hoog zijn, regelmatig zo’n 3 meter, en er ligt een zeer ondiep rif voor de golven. Geen plek om je kite te crashen…  Ik heb er wel al super lekker gegolfsurft. Maar kitesurfen durven we de eerste keren dus niet aan, totdat er op een ochtend opeens drie kiters aan het rippen zijn in de golven. Meteen sta ik op scherp: inpakken en kiten!!! Eenmaal op het water neem ik het zekere voor het onzekere, ik kite via een kleine doorgang in de lagune naar open zee en in een ruime boog naar de golven. Marco volgt. Mathies speelt bij zijn indianenvrienden op het eiland. We hebben een kitesessie als nooit tevoren. De golven breken in mooie lange secties en de wind is schuinaflandig. Pas als de zon onder gaat, stoppen we. Ik kitesurf achter de anderen aan en ontdek dat het niet nodig is helemaal om te varen. De wind valt niet weg in de buurt van het eiland. Na afloop kletsen we met de Panamese kiters. Ze kamperen in tenten op Chicimé en komen hier al jaren. Volgens hen is het de mooiste kitewave-spot van heel Panama: warm water, glassy golven, niet druk en een idyllisch eilandje. Ik kan niets anders doen dan het beamen: Kuna yala, ons paradijs, is nog paradijselijker na deze ontdekking. Nog een prettige bijkomstigheid: hier geen krokodil rond de boot, maar regelmatig dolfijnen! Met name in de avond komen ze op vissen jagen rond ons schip. Mare, onze hond is zo enthousiast, dat ze in de dingy springt als ze er zijn. Dan racet ze heen en weer over de rand, één keer springt ze zelfs in het water, net alsof ze ook mee wil jagen. Zo grappig!

Bezoek

Niet alleen Marco’s beste vrienden komen weer op bezoek, ook mijn broer en schoonzus! Zij zijn er als Mathies acht wordt, het is heerlik om al onze geliefde vrienden en familie in dit paradijs te ontvangen. We kunnen al het moois delen, de haaien laten zien, jungle tochten maken en lekker chillen en snorkelen. Naast onze naaste familie en vrienden, bezoeken ook nog onze kitemaat Bram en zijn vader ons, Chantal en haar vriend Hans, en hebben heel veel gezellige charter gasten. Het is een gezellige drukke boel, maar soms hebben vooral Mathies en ik even behoefte aan rust en moeten we zelfs rustperiodes in de agenda invoegen. Op die momenten halen we schoolwerk in, en kite en surfen we of het een lieve lust is. Vooral ik geniet nog steeds erg van deze uitlaatklep!

Haaien

De passaatwind waait regelmatig maar niet de hele tijd, het waait gemiddeld zo’n vier dagen achtereen en dan weer zo’n drie á vier dagen niet. Op de windstille dagen liggen we vaak voor anker in Cayo Hollandes, een adembenemend mooie eilandengroep. Het snorkelen is hier het allermooist, er zwemmen veel grote vissen zoals baracuda’s, verschillende soorten roggen en nog spannender: haaien! De eerste keer weet ik niet wat me overkomt. Gelukkig snorkel ik met een vriend die op bezoek is, hij is duikinstructeur in Maleisië geweest. Hij ziet de haai het eerst, tikt me aan en wijst. Onder een blok koraal ligt een haai. Ik schrik me rot. Maar hij stelt me gerust, een ongevaarlijke haai. We zweven voor het koraal en bekijken de haai, opeens zwemt hij weg en schiet langs me heen. Mijn hart slaat een paar slagen over. Later leer ik dat het nurse-sharks zijn en echt totaal ongevaarlijk. Toch raak ik verslaafd aan het zoeken en kijken naar de haaien. Het is zo vet om zo dichtbij deze beesten te zwemmen.

 Jungle

Op andere dagen maken we jungle-tochten. Helaas zien we geen wilde beesten (dieper in de jungle zitten wel panters, slangen en tapirs) maar wel een heerlijk verfrissende duik van een waterval en de terugtocht gaat door de rivier. En juist door deze terugtocht is ook deze jungle-tocht er één uit duizenden.  We kunnen niet anders dan steeds weer beamen dat Kuna Yala ons blijft verrassen. Ook maak ik lange suptochten door de rivieren, onderweg nooit een krokodil, maar wel aapjes en heel veel verschillende soorten bijzondere vogels. Nog twee weken en we gaan deze bijzondere plek verlaten, als ik eraan denk, voel ik mijn keel dik worden. Het zal me zwaar vallen hier weg te gaan. Maar we gaan door het Panama-kanaal de Pacific in en daar wacht Frans Polynesië op ons. En als er ergens op de wereld waanzinnige kitegolfsurfspots zijn, is het daar wel. Maar eerst nog de werfbeurt in Ecuador. Een plek die Marco heeft uitgekozen en die voor enorme toestanden zal gaan zorgen, maar daarover meer in de volgende blog!

Posted augustus 6, 2016 by marije73 in Uncategorized

Wereldreizen, geluk met een altijd schrijnend hoekje gemis   7 comments

Drie vriendinnen lopen vlak langs me, ze kletsen en maken drukke armgebaren. Hun blikken kruisen de mijne, het is alsof ze dwars door me heen kijken, als ik ze toe knik kan er geen lachje vanaf. Ik voel een steek van gemis. Mijn gedachten dwalen af naar vier weken geleden.

Vijf vriendinnen staan vlak voor me. Hun blikken kruisen de mijne, het is alsof ze zo mijn ziel inkijken, tranen van geluk wellen op. Ik voel liefde, geluk. Omhelzingen zo strak dat we elkaar bijna pletten. Dan barst er een kakofonie van geluid los, dolenthousiast praten we door elkaar heen, weer wat later daalt er wat rust over ons en nippen we van Prosecco. Er schuiven nog twee vriendinnen aan, wat een rijkdom om zo samen te zitten en bij te kletsen. Het voelt zo vertrouwd, net alsof we hier gisteren ook zaten. Alleen is er iets wezenlijks veranderd in mij de afgelopen twee jaar. Ik ken de waarde van onze vriendschap nu beter, weet dat het niet zomaar heel gewoon is. Deze verbondenheid, dit intense kennen: dat is een rijkdom. Iets wat ik koester en nergens anders ter wereld vind. En waar ik ook ben, in welk paradijs dan ook, altijd voel ik een schrijnend hoekje ergens in mijn ziel, het hoekje van gemis.

eerste avond etentje mar melin en ik

Liggend op een strandje in Curaçao laat ik mijn gedachten de vrije loop en denk ik terug aan de dag van het vertrek naar Nederland. Na drie dagen slecht slapen is het eindelijk zover. Over een flink aantal uren vliegen Mathies en ik weg. Stikzenuwachtig drentel ik door de boot. Tassen zijn ingepakt, schema met afspraken is gemaakt, tickets uitgeprint, Mare steeds opnieuw geknuffeld, Marco laten beloven goed voor haar te zorgen. En dan, veel te vroeg, wil ik weg. Ik houd het niet meer uit. Als we eenmaal op het vliegveld zijn, zal ik wel wat ontspannen, hoop ik. We zijn ruim drie uur van te voren aanwezig. Marco zegt ons maar vast gedag, hij heeft geen zin hier uren rond te hangen. Mathies en ik checken in en gaan door de douane. We hebben een super relaxte vlucht, we slapen 6 uur aan een stuk. Eenmaal geland moeten we door 100.000 check-ups, er staan zelfs honden langs de zijlijn die ons subtiel besnuffelen. De laatste douanemeneer kijkt uitgebreid in ons paspoort. Mijn hart klopt in mijn keel, ik probeer zo normaal mogelijk te kijken. Word mijn grootste angst nu waarheid en komt er gedoe vanwege ons uitschrijven in de gemeente om aan de leerplicht te ontkomen? Maar nee, hij lacht vriendelijk en vraagt hoe we aan al die stempels komen. ‘We wonen op een boot en reizen rond’, antwoord ik. ‘Wow!’, reageert hij enthousiast, ‘En geeft mama jou dan les?’ ‘Ja’, knikt Mathies. ‘Zo jij boft’, antwoordt hij. En dan gebaart hij ons door te lopen. Pfffff, net op tijd. Ik duw Mathies een beetje verder voordat hij nog iets kan loslaten over zijn ‘schoolliefde’.

borrel mama eer strand bontmuts mathies

Eindelijk lopen we door de gate en daar staan ze: mijn moedertje, mijn broer, Bregje, zijn vriendin en Albert, mijn moeders vriend. Wat een heerlijkheid, wat een warmte, wat een liefde! We omarmen elkaar en kijken en kijken en kijken. Ja! Dit is mijn broer, mijn eigenste broer! Ik heb hem ruim twee jaar niet gezien, maar dat maakt geen verschil. We houden van elkaar en dat zal altijd zo zijn. Dolgelukkig word ik als ik naar mijn moeder kijk: oma met haar kleinzoon. Zijn handje en haar hand. Meteen kletsend alsof ze gisteren nog samen waren. Niets veranderd, hun band nog even sterk. We splitsen op, Mathies rijdt met oma en Albert mee en ik met Bregje en Erik. Een beetje onwennig laat ik Mathies gaan. Vlak voordat we oversteken om de parkeergarage in te gaan, zien we Albert rennend achter het wagentje met onze tassen voorbij vliegen. Waar gaat hij nou heen? Veel kalmer volgen mijn moeder en Mathies. Ik geef ze nog snel een knuffel. Albert heeft stiekem op de taxistandplaats geparkeerd, vandaar zijn haast. Rijdend door het Hollandse landschap zuig ik de omgeving in me op. Groene bomen, hoog gras, hooibalen in de weilanden, koeien, slootjes. Een golf van herkenning, dit is mijn land. ‘Gelukkig is het nog groen! En het is zulk mooi weer, helemaal niet koud!’, zeg ik blij. Van het idee de hele dag in mijn moeders huis te zitten, krijg ik het een beetje benauwd, de anderen gelukkig ook en we besluiten een strandwandeling te maken. Het is heerlijk aan zee. De zon schijnt, we borrelen bij een strandtent en eten bitterballen. ’s Avonds eten we gezellig samen dan gaan Mathies en ik lekker slapen. Morgen zie ik mijn vriendinnen weer!

diner meiden (2) diner meiden etentje meiden

lies en ik jim lewis en ik lewis en ik

er pat renaat thieux  etentje marjolijn   Ietentje marjolijn   mathies en luna12109250_10207795625271912_4585781505517701447_n12112303_10207795626311938_4003939327354806854_n

iv luc mathies strand juul en ik mathies iv luc ijs12065510_10201263940318195_7474228137422427172_n

lin en ik met lin en de meiden verdwalen in meyendijl kat en ik

De 18 dagen Nederland vliegen voorbij. Elke dag heb ik een afspraak, als een rode draad lopen de borrels en feestjes met Juul, Alice, Marjolijn, Melin en Lies door de weken. Anne zie ik gelukkig ook twee keer. Lin helaas maar een keertje, maar gelukkig halen we alles uit onze dag. Ik word vriendjes met Philine, haal Jolie uit school en leg haar in bed en ’s avonds is Karlijn ook weer van de partij. Alice en ik hebben een topdag op de sloep van Mark, we genieten van elkaar en het heerlijke weer. Drinken mega lekkere witte wijn en eten gerookte zalm. En eindelijk, eindelijk kan ik Lewis, Lies’ kleintje, in mijn armen houden. Mathies en Jim zijn ook nog steeds de beste vrienden, ze zien elkaar dan ook vaak als ik Lies en ik skypen. Mijn vriendinnetje Annemarie legt me we vreselijk in de watten, eens hoop ik haar te kunnen verwennen samen met haar vriend Fabian bij ons aan boord. Katja en ik presteren het om te verdwalen in Meyendijl, opeens staan we midden in Duinrell. Elke ochtend ontbijten mama, Mathies en ik met elkaar, soms heb ik geen eetafspraak en kook ik voor ons drietjes. Drie keer ben ik samen met mijn broer, we hebben een echt familiediner vanwege zijn samenlevingscontract en Bregje showt wat top koken is. Mamamia wat kan ze mega lekker koken, zelfs de spaghetti maakt ze zelf. Mama, Mathies en ik zitten 8,5 uur in de trein naar Maastricht op-en-neer, maar daardoor zie ik mijn lievelingsoom- en- tante mooi wel! Gelukkig houdt mijn moeder ook wel eens voet bij stuk, want ik had op zich niet al te veel zin in de treinreis. Van Thies krijg ik een hele zak kleren voor Marco mee. Pat, Reanaat, Er en Mathieux zijn op 2 oktober mijn baken in een zotte stad en later zijn we samen tijdens een super gezellig feestje bij Marjolijn. Het etentje met alle meiden in Leiden is goud waard en ik krijg een prachtig servies. Mathies ziet zijn beste vrienden Ivar en Lucas ook drie keer. Hij speelt een middag bij Juul thuis, we gaan spelen met elkaar op het strand en ze zijn op het feestje bij Marjolijn. Luna, die enorm naar Mathies komst heeft uitgekeken, loopt een aantal keer tevergeefs achter hem aan met haar cadeau, zo druk heeft Mathies het met spelen met alle kinderen. Net op het moment dat ze het echt zat is, heeft hij opeens aandacht voor haar. Gelukkig maar. Ook speelt Mathies met Daniel en Anne zijn vriendje en vriendin van school. Mooi om te zien dat ook zij de draad zo weer oppikken. Pelle, Midas, Felix en Mathies hebben ook nog steeds hun speciale band. Pelle komt zelfs de dag dat we weer terug vliegen naar Curaçao helemaal naar Oegstgeest gefietst om Mathies (en mij) nog een knuffel te geven.

afscheid meiden afscheid luc en iv12091336_10201268366908857_3410084004474573568_o

Het afscheid is weer verdrietig, maar ik merk wel dat het minder pijnlijk is om zelf te vertrekken dan om achter te blijven en bovendien is Joost mee. En Joost is vrolijk, want we gaan lekker kitesurfen in zwembadblauw water. Zijn enthousiasme slaat op mij over. In Nederland is het inmiddels steenkoud en ik ben snipverkouden. Ik ben opgeladen met vriendinnen- en- familieliefde en kan er weer even tegenaan. Nederland is Nederland en dat is er over een paar jaar ook nog. Ik heb zin in de rest van de reis, al blijft er altijd dat schrijnende hoekje, dat hoekje van het gemis.

Posted oktober 26, 2015 by marije73 in Uncategorized

Tobago tweede thuis   6 comments

Op 30 juli liggen we weer in het water, na de werfbeurt van een maand in Chagaramas. We hebben ons het ebbelebber gewerkt om op tijd klaar te zijn. Ik wil perse mijn verjaardag op 4 augustus vieren in Tobago. In Trinidad krijg ik zelfmoordneigingen. Het is er te somber, te nat, te heet en te naargeestig. Muggen, moorden, machetes. Hoezeer ik ook mijn best doe het mooie te ontdekken- er zijn schitterende vlinders, mountainbiken in de jungle is waanzinnig, het oerwoud is woest en groen- er blijft een deken van neerslachtigheid om me heen hangen op dit eiland. Godzijdank werken de weergoden mee en varen we 2 augustus naar Tobago.

DSC_0295 sup, surf 20150810_092618

We klaren 3 augustus in in de hoofdstad en varen eind van de middag naar Mount Irvine, mijn geliefde surfspot. Nog voor het anker uit is, peddel ik al naar de golven. Eindelijk weer surfen! Ik surf tot het donker is; het lijkt op snowboarden in een sneeuwstorm. Je hebt geen idee van diepte. Als ik de golven echt niet meer aan kan zien komen ga ik terug naar de boot. De volgende ochtend ben ik jarig. Marco heeft slingers opgehangen, tijd om een cadeau te kopen had hij niet en Mathies heeft ook geen tekening gemaakt. Ik slik mijn teleurstelling weg. Er zijn golven, dat is toch het mooiste cadeau. We zijn hier en ik kan surfen! ’s Avonds komen onze vrienden van vorig jaar eten, ze wonen in Mount Irvine en we hebben contact gehouden. Het is een ontspannen avondje onder de sterrenhemel met een bbq op het achterdek. Dana heeft wijn meegnomen en ik voel het geluk weer vol door mijn aderen stromen. Al het ellendige zwoegen in de hitte op het land aan het onderwaterschip is vergeten.

DSC_0272 DSC_0247 20150829_152702

Elke dag swell

We hebben geluk, elke dag zijn er wel golven. Soms wat hoger en soms lager, maar er valt altijd te surfen. Het is wel drukker op het water dan vorig jaar. In eerste instantie baal ik daarvan. Maar al snel merk ik hoe ontzettend gezellig het is. Zelfs Marco zet zijn aversie opzij en komt mee surfen op zijn sup. We leren steeds meer mensen kennen op het strand, Mount Irvine heeft een echte beach-surf-cultuur met kampvuurtjes en gezellige avondjes ‘limen’ op het strand. Er zijn legio kinderen en Mathies is al snel het meest geliefde ventje van het strand. Iedereen kent hem bij naam, overal krijgt hij lekkere hapjes en drankjes. Soms kan ik hem even zo snel niet vinden en altijd zegt er wel iemand: “Are you looking for your son, Mathies? He is …. “ De ene keer staat hij vis te roosteren met een groepje oudere mannen, de andere keer is hij vis aan het schoonmaken in de vismarkt, dan weer staat hij te vissen met een groep jongens of bouwt hij zandkastelen met kinderen. Mathies is heel open en vrij. Hij stapt op iedereen af en begint een kletspraatje. Ik moet hem bijna dwingen om af en toe mee naar de boot te komen om te lunchen. Het liefst blijft hij de hele dag op het strand spelen. Surfen wil hij hier niet. Hij weet niet waarom niet. Misschien te ondiep? Het eind van de golf eindigt in enkeldiep water met levend koraal, als het laagwater is, bij hoogwater is het kniediep. Maar ook dan wil hij niet. Wel vist hij zo’n beetje leke dag ons avondmaal bij elkaar. Mathies vangt super lekkere Almaco Jacks, die onder de boot zwemmen. Hij vangt ze ’s ochtends vroeg als wij nog slapen. Schoongemaakt en wel liggen ze in de vriezer tegen de tijd dat wij wakker worden. Ook gaan we regelmatig snorkelen. Tobago is prachtig onder water.

DSCN7596 DSCN7576 DSCN7572 DSCN7570

Great Race

In het derde weekend dat we in Tobago zijn is er weer de ‘Great Race’, waarbij enorme raceboten van Trinidad naar Tobago racen. We nodigen een groep surfers en vrienden van het strand uit om bij ons aan boord te komen ‘limen’ in Pigeon Point. Het wordt een ontzettend gezellige boel. Iedereen neemt iets te eten en drinken mee en we feesten de hele dag en avond. We leren nog meer mensen kennen, waaronder de speervisser Jerry, een ontzettend toffe gast. Mathies en Marco gaan na de race twee keer met hem vissen. Mathies stuurt de boot als de mannen vissen. Hij heeft de dag van zijn leven. Tijdens het trollen verliezen ze twee keer een grote vis en dan is Jerry het zat, midden op de oceaan springt hij uit de boot en schiet een mega Barracuda. Half vechtend met het woeste beest komt hij boven water. Voor altijd de held van Marco en Mathies.

DSC_0258 DSC_0245 DSC_0243 DSC_0241

Dolfijnen

Als we na de race weer terug zijn in Mount Irvine komt er een catamaran naast ons liggen. Er zitten twee Fransen op, Vincent en Marion. Het zijn ook golfsuppers en we hebben een klik. De ene avond eten we bij hen en de andere zij bij ons. Als ik op een dag aan het golfsuppen ben, zie ik Marco en Mathies wegsuppen naar het midden van de baai. Eerst denk ik dat ze gaan vissen, maar dan zie ik Marion en Vincent er ook heen peddelen. (Het is laag water en bijna niemand wil dan golfsurfen, omdat je als je valt op het koraal klapt.) Na een tijdje word ik toch wel erg nieuwsgierig en sup ook naar het midden van de baai. Halverwege word ik begroet door dolfijnen, het zijn er wel een stuk of vijftien. Ik zwaai naar de anderen, zij zwaaien en wijzen. Ook bij hen zijn nog meer dolfijnen. Ik peddel naar ze toe. We lachen en gebaren naar elkaar. Wow, wat is dit bijzonder. De dolfijnen blijven maar om ons heen zwemmen. Ik heb een snorkel en bril van Marco gekregen en kijk onder water. Ik zie steeds niks. Dan komt Mare vanaf de Silverland naar ons toe zwemmen. Dat idiote hondje maakt er een sport van om me overal naar toe te volgen. Waar ik ook ben op mijn sup, steeds zie ik haar kleine hondenkoppie uit het water steken, ferm onderweg naar mij. Ze is inmiddels veel te zwaar om samen op mijn kleine supje te zitten, dus ik breng haar steeds weer terug. Ze heeft mijn hele suppad verknoeid met het gekras van haar nagels, als we dreigen van het board af te glijden. Ik heb er dan ook zwaar de pest in, in de eerste laats omdat ik bang ben dat de dolfijnen straks weg zijn en ook vanwege het gekras op mijn board… Maar ik durf haar niet achter me aan te laten zwemmen. Stel dat de dolfijnen schrikken en iets geks doen… Maar alles gaat goed en zodra ik Mare op de boot heb gebracht en weer tussen de spelende dolfijnen ben, laat ik me onder water zakken. En dan… zwemmen er twee dolfijnen recht op me af. Dichter en dichter bij komen ze, mijn hart klopt als een bezetene. Als ik mijn hand uit zou strekken kon ik de dolfijn aaien. Maar dat doe ik niet. Doodstil blijf ik kijken. We kijken elkaar aan. Langzaam draaien de dolfijnen weg en verdwijnen uit zicht. Dolenthousiast kom ik boven en roep naar de anderen: “Did you see that!? They came to me!!!” Marion lacht: “Yes, yes I saw it!!” Wat een hemelse ervaring!

11917494_10206634989965719_317766023966723448_n 11954572_10206634976565384_1654481442147185411_n

Afscheid en bijna naar Nederland

De laatste week komen ook Regi, Marianne en Mia (vrienden uit Trinidad van de werf) met hun catamaran naar Tobago. We beleven een paar gezellige avondjes. Helaas neemt de swell af. Ik had zo graag met Marianne gesurft, ze is mega goed en ik had veel van haar kunnen leren. Nu is het leuk om te suppen en dat doet alleen Regi, ook gezellig natuurlijk! Na vier-en-een-halve week Tobago zeilen we terug naar Trinidad om te proberen zoveel mogelijk diesel te bunkeren. Het is een mooie zeiltocht. Maar liefst drie keer komt een groepje dolfijnen met ons mee zwemmen. Het zijn steeds dezelfde, ik herken er één aan de vreemde bubbels op zijn huid.  En we vangen een tonijn. Dan zijn we weer in het deprimerende Trinidad… Maar deze keer maar voor even en we hoeven de kant niet op. Bovendien is er iets anders wat me in zijn greep houdt: mijn bezoek aan Nederland! Na ruim twee jaar ga ik al mijn geliefde vrienden en familie weer zien. Ik kan niet wachten en tel de dagen af!

DSC_0224 DSC_0222 DSC_0221 20150904_194711 20150904_194249

Posted september 14, 2015 by marije73 in Uncategorized

Twee jaar zeilen: reizen ons leven, vrienden altijd gedag zeggen en weer verder naar het volgende avontuur   3 comments

‘Daaaaaaaaaaag! Goede reis!’, tranen, een laatste knuffel of kus, al naar gelang de intimiteit en weg zijn ze weer- de vrienden en gasten die ons bezocht hebben. En het waren er veel het afgelopen half jaar. Helemaal aan het begin van onze reis vroeg ik aan een bevriende zeiler, die al elf jaar de wereld rond zeilt: ‘Wat vond je de mooiste plek?’ Na lang nadenken antwoordde hij: ‘De mooiste plek bestaat eigenlijk niet echt, het zijn namelijk die vrienden die je ontmoet die een plek heel speciaal maken.’ En nu, na ongeveer twee jaar zeilen, kan ik dat beamen. Het natuurschoon kan nog zo overweldigend zijn, als je het niet met vrienden kan delen, is het minder mooi.

11069929_1083303775019406_5408213010467165940_n DSC_0078_01 10411054_10152567010105566_7285846120420434559_n

Meteen na Los Roques gaan we vol aan het werk in Puerto Rico. Het is begin december en onze eerste chartergasten van het seizoen staan over een maand klaar in de BVI’s, Britisch Virgin Islands. Puerto Rico is een cultuurschok na het lieflijke en mega tranquille Los Roques. We liggen in Ponce. Aan de kant wemelt het van de politie, ze patrouilleren de boardwalk op elektrische motorwagentjes en in golfkarretjes. Niet helemaal voor niets, blijkt als ik een middagje ga kitesurfen. Er dralen twee mannen om Mathies en mij heen. En een ander staat stiekem in de bosjes te loeren. Niet op mijn gemak pak ik mijn biezen. Als ik een agente tegenkom leg ik haar uit wat er gebeurd is. Meteen start ze een zoekactie. Ondertussen komen een aantal van haar collega’s kijken. Ze bieden spontaan aan om op Mathies te passen zodat ik rustig kan kiten. Onder hun enthousiaste gejuich, heb ik een topsessie. Ze bieden meteen aan weer te komen als ik wil kiten. Het is eigenlijk een onbewaakt stukje strand maar ze helpen me graag. Vanaf het water kijken we aan de ene kant uit op een enorme Marina en aan de andere kant op een industriegebied. Om in de stad te komen fietsen we langs een drukke vierbaansweg met om de meter een andere fastfoodketen, in de stad files en weer ontzettend veel agenten. Voor de huizen tralies. Wat een ongezellige toestand. Is het de typisch ongegronde Amerikaanse angst voor alles-wat-los-en-vast-zit of is het echt een beetje gevaarlijk hier? De inwoners van Puerto Rico zijn in ieder geval erg angstig. Ze nemen geen lifters mee en zijn bezorgd als we ’s avonds nog rondfietsen. Zelf merken we, los van het strand-incident, niets van het zogenaamde ‘gevaar’. Gelukkig zijn we hier om te werken en bouwwinkels zijn er genoeg. Harold, een timmerman uit Nederland, komt helpen. Best spannend, we kennen hem niet. Hoe pakt het uit? Heel goed! Harold zit nog vol in het Hollandse werk-ritme. Elke ochtend staat hij om acht uur fluitend te timmeren, Marco wordt aangestoken en al snel werpt het zijn vruchten af. Een prachtige keuken, een extra douche met toilet, een eigen werkhokje beneden voor Marco en nog veel meer. Ik maak de boot schoon van binnen en van buiten, doe inkopen, was en zorg voor de harde werkers. Na een maand zijn we klaar. Via Vieques, een super leuk eilandje-met-golf waar we oud-en-nieuw vieren, varen we tegen de wind in naar de BVI’s.

DSC_0014 DSC_0102 IMG_1903

De eerste gasten van het seizoen

Onze eerste gasten zijn te gek. Samen met Nicole kitesurf ik waar mogelijk is en haar vriend is een levensgenieter, die het heerlijk vindt om te zeilen en te relaxen aan boord en op het strand. Er komt nog een vriend van Marco, Frank, met zijn vriend Kees, aan boord en samen met Harold is het een drukke boel. Maar iedereen helpt mee en na tien mooie dagen zetten we iedereen af in St. Maarten. Daar hebben we drie dagen om ons voor te bereiden op de volgende groep, een familie van zes man. Met hen zeilen we een rondje in de buurt van St. Maarten, we varen via Saba, Kitts en Nevis naar Barbuda en St. Barths. Het is hard werken, maar ook gezellig. We beklimmen de vulkaan op Saba, suppen en snorkelen in een prachtige baai in St. Kitts en de gasten huren regelmatig fietsen om een eiland te bezichtigen. Wij benutten die tijd om de boot schoon te maken en extra inkopen te doen. Als we hen na tien dagen afzetten in St. Maarten is het tijd voor ontspanning. Ik heb een vriendin, Ingeborg, van mijn vriendin Anne, leren kennen en we hebben een enorme klik. Ook haar man, John, en Marco kunnen het goed vinden.

DSC_0100 DSC_0032 20150228_220206

St. Maarten: vrienden, gezelligheid en surfen

St. Maarten is een vrolijk eiland, elke namiddag trekt iedereen naar het strand om te borrelen, vaak zit ik samen met Ingeborg op een kleedje van de zonsondergang te genieten, Mathies spelend met de kinderen op het strand. Het voelt zo fijn om weer eens met een vriendin te kletsen. Want ondanks alle avonturen heb ik vaak last van heimwee. Ik mis mijn familie en vriendinnen. Ik mis het samen lachen en kletsen, de goede gesprekken, de etentjes, de koffietjes, het vanzelfsprekende jezelf zijn bij mensen waar je van houdt. Maar nu kan ik mijn hart ophalen. En ik geniet misschien wel extra omdat ik nu de kans heb lekker met een vriendin te zijn. Mathies is bijna jarig en ik besluit de stoute schoenen aan te trekken en te vragen of zijn vriendjes op zijn feestje komen. Ik schiet een moeder aan: ‘Hoi, ik ben Marije, de moeder van Mathies. Tijne, Lindy en Mathies spelen zo leuk en Mathies is over een week jarig. Mogen Tijne en Lindy op zijn partijtje komen?’ Ze reageert enthousiast. ‘Natuurlijk!, wat een leuk idee!’ Marco en ik organiseren een piratenspeurtocht op de boot, en we zitten alle drie te wachten als Karin opbelt: ‘Eh, je zal het wel gek vinden, maar ik ken je helemaal niet en om nou zomaar mijn kinderen naar een vreemde boot te laten vertrekken…’ Ik schiet in de lach: ‘Ik snap je, kom gezellig mee. Dan drinken jullie koffie en eten taart, terwijl de kinderen de speurtocht maken.’ Dat vindt ze een goed idee. Het is een super gezellige middag en als het avond wordt nodigen Karin en Herbert ons uit om pizza te eten op het strand. We leren hen beter kennen en bbq-en met z’n allen of genieten van happy hour op het strand. De kinderen zijn binnen no-time de beste maatjes. Marco werkt op zijn gemakje aan de watermaker. Hij vindt het fijn om rustig te werken en te chillen op de boot. En na een aantal weken roept hij uit: ‘Ik ben net God! Ik kan water maken!’ Wat een rijkdom, we kunnen eindeloos douchen, water gebruiken voor de afwas, handwasjes doen en hoeven nooit meer naar de kade om aan te leggen om te tanken! En dan het golfsurfen! Waanzinnig lekkere golven en ik kan met een publiek busje naar het surfstrand. Als daar de golven niet goed zijn, krijg ik binnen no-time een lift naar de volgende spot. Ondertussen heeft mijn vriendin Anne geboekt en komt ze samen met haar dochter Yara ook naar het eiland. Ingeborg, Mathies en ik halen hen op. Wat is dit genieten! Kletsen, surfen, chillen in villa’s bij het zwembad en samen eten en drinken. Anne en ik gaan ongeveer tegelijkertijd weg en het valt me ontzettend zwaar om iedereen na zes weken gedag te zeggen. St. Maarten voelde als ‘thuis-op-z’n-best’.

10408095_1090915630924887_415415827232170043_n 11047950_1090915824258201_8508018027455108830_n 11069929_1083303775019406_5408213010467165940_n

The friends, they’re flying’

Na de vrolijkheid op st. Maarten zeilen we in rap tempo naar Guadeloupe, want na tien halen we daar de vier aller-aller beste vrienden van Marco op! Wat een hoogtepunt van de reis! Van te voren was ik stiekem een beetje benauwd. We hebben namelijk weer een nieuw crewmember: Brandt, een super toffe Fries die van aanpakken houdt, samen met hem en Marco zit ik dus straks tussen zes mannen aan boord… is er wel ruimte voor een vrouw? Al mijn zorgen verdwijnen al in de eerste minuten als sneeuw voor de zon. Wat is het heerlijk en vertrouwd om Pat, Renaat, Er en Thieux om ons heen te hebben! En wat is Marco blij! Hij straalt en glimt van geluk! We chillen een paar dagen in Guadeloupe, waar we heerlijk kunnen kiten en windsurfen, en zeilen dan naar Barbuda. Barbuda is een speciaal plekje, heel puur en eigen met één van de mooiste stranden van de Caribbean. We blijven er een week. We leren een Zuid-Amerikaans stel kennen, Hérman en Lou Lou, ze zeilen zingend en gitaarspelend door de Caribbean. Ook komen we Sanne en Marijn hier weer tegen. Het is een uitzinnig feest, zo met z’n allen. De vrienden spelen ook allemaal muziek en elke avond is het een dolle boel. De jongens nemen hun videoclip op voor bij het liedje dat ze geschreven hebben speciaal naar aanleiding van hun bezoek. Ze koken en wassen af, ze helpen met opruimen en schoonmaken. Ik word in de watten gelegd en Marco, Marco kan zijn geluk niet op. Regelmatig zit hij met glanzende ogen te huggen met één van zijn maten. Hij wil niet denken aan het naderende afscheid. Maar na twee weken is het toch echt zo ver… weer afscheid. We huilen dikke tranen en sjokken terneergeslagen het vliegveld uit. Deze keer is het vooral Marco die er een zware dobber aan heeft. Hij heeft een soort van liefdesverdriet en is na een week nog diep ongelukkig. Ik weet hoe hij zich voelt. Tot nu toe was ik het die steeds afscheid moest nemen van degene die me zo dierbaar zijn. En natuurlijk hou ik ook mega veel van de jongens, maar het zijn Marco’s beste maten, eigenlijk zijn familie. Ik mis ze ook, maar vind troost op een dikke golf. Elke dag surf ik uren in Port Louis, de mooiste golf tot nu toe, niet perse heel hoog, maar wel heel lang en krachtig. Ondertussen hebben we Lourens verwelkomd. Hij werkt samen met Brandt aan het onderhoud van de boot. Brandt is de klusjesman en Lou de schilder. Samen hebben ze een hoop lol en dat is maar goed ook, want verder hangt er een grauwe sluier van verdriet over de boot. Mathies heeft er gelukkig niet zo’n last van. Hij heeft weer ruimte om te lego-en en vist met z’n vader.

Overspannen badmeester

Na Port-Louis zeilen we langs de westkust naar Dominica. We maken eerst nog een stop in het marinepark van Jaques Gousteau. Waar ik een duik mag maken met bevriende zeilers, echt te gek! Dominica valt een beetje tegen. De natuur is prachtig, maar je moet overal voor betalen en het is erg georganiseerd. Als ik met mijn eigen sup de rivier op wil suppen, moet ik 5 US betalen om onder de brug door te mogen peddelen. Ik ontplof bijna: op mijn eigen sup, met mijn eigen spierkracht. Waar moet ik voor betalen?! Maar het is bij de wet vastgelegd, ik kan een kaartje kopen bij het tankstation. De lol is er een klein beetje af, maar de omging maakt veel goed. Het is wonderlijk mooi. We maken nog een wandeling naar een waterval en dan zijn we er klaar mee. Om naar de waterval te mogen wandelen moeten we weer alle drie 5 US betalen. Er zijn trappen aangelegd en er staan bordjes. Het lijkt Nederland wel… tijd voor het volgende eiland: Martinique.

20150311_013108 IMG_1316 waterval dominica

In Martinique worden we verrast door een meneer met zijn dochterje in een kano, die ons een mand met bloemen en fruit komt brengen. Hij heet Hans en hij is weg van onze boot, vandaar het welkomstgeschenk. We nodigen hem uit voor een biertje en hij nodigt ons daarop uit voor een etentje. Na een paar dagen varen we verder. Langzaam zakken we via de oostkust af naar het zuiden. We kunnen binnen het rif ankeren en de grillige kust wordt versierd door kleine eilandjes. Een van die eilandjes is Ilet Madame, een kitesurfspot. De wind is erg licht, maar ik (en soms Marco) beleef er toch mooie uren. Het jammere is alleen dat er elke dag hordes toeristen op het minuscule eilandje worden gedropt en dat het strandje aan de windstille kant ligt, waardoor je je kite in het water moet laten drijven tot hij wind pakt om hem op te laten. Dat naast de drukte van de badende toeristen en een overspannen fluitende badmeester, zorgt bij mij voor de nodige stress tijdens het oplaten. Eén keer begin ik te diep en kom ik niet meer terug bij mijn boord op het strand. Ietwat wanhopig klamp ik me vast aan een boei, roepend naar Mathies of hij me alsjeblieft mijn boord wil komen brengen. Het ziet er volgens mij behoorlijk amateuristisch uit… Ondertussen heeft de badmeester het er maar druk mee. Hij wordt steeds fanatieker, uiteindelijk vaart hij in zijn rubberboot heen en weer tussen de boeien waarbuiten we moeten blijven, al fluitend en gebarend. Tijd om verder te varen, wat een heisa maakt die man!

DSC_0103 DSC_0068

Na een stop bij een andere zeer matige kitesurfplek varen we naar St. Anne. Pieter, Sophie en de kinderen komen de volgende dag aan op het vliegveld! Als we ze ophalen zie ik allemaal opa’s en oma’s die op hun kinderen en kleinkinderen staan te wachten. En hoe leuk ik het ook vind om onze vrienden op te halen, ik mis mijn moeder opeens heel erg. Hoe heerlijk zou het zijn om haar lieve gezicht tussen al die mensen te herkennen. Naast me staat een vrouwtje met een hoogzwangere buik, haar moeder holt naar haar toe. Ze omhelzen elkaar stevig, die heeft haar moeder straks bij zich als ze gaat bevallen. Tranen lopen over mijn wangen. ‘Mama! Ik mis je zo!’, schreeuwt het diep in mijn binnenste. Gelukkig moet Mathies dringend naar de wc en heb ik het weer druk met andere dingen. Als we terug komen van de wc zien we onze vrienden. Het is meteen een gezellige drukte. Mathies holt als een vogel door de menigte, zich even geen raad wetend met zijn houding.

DSC_0094 Grenadines Canon 035 Grenadines Canon 268

Kinderen aan boord

Met Piet, Soph en de kinderen zeilen we al eiland hoppend naar St. Vincent & the Grenadines. Het is een enorm succes. Op de dekhuistafel ligt permanent een enorme berg lego. De jongens vissen, snorkelen en spelen aan één stuk door met elkaar. Mathies zit met stralende ogen naar hun verhalen te luisteren, ze slapen met z’n drieën in één hut. Voor de kust van St Vincent beleven we magische momenten als een enorme kudde dolfijnen samen met een grote groep Pilotwhales minstens een half uur rond de boot blijven spelen en jagen. Er staat haast geen wind, het water is goud gekleurd door het laagstaande zonnetje en we horen de walvissen zingen en de dolfijnen praten. In de Grenadines snorkelen we met schildpadden en roggen. Eindelijk weer kitesurfen bij Union- Island, elke avond gezellig met z’n allen bbq-en. Wat een heerlijke dagen! Sophie neemt een heel speciaal plekje in in mijn hart. Ik ben in die tien intensieve dagen stapelgek op haar geworden. Dat het tussen Marco en Pieter botert, blijkt al jaren. Ze kennen elkaar door de wandeltochten op Spitsbergen door en door. En dan weer dat klote afscheid, tegelijkertijd met onze vrienden vertrekt ook Lourents. Maar onze gast Marlien stapt al dezelfde dag aan boord. Met haar varen we in een etmaal meteen terug naar Union, ze is speciaal gekomen om te kiten en dat doen we dan ook alle dagen. We hebben geluk, het waait lekker door! De terugtocht met Pieter, Sophie en de kinderen was naar Martinique was een drama, dikke wind tegen en een vol etmaal motoren, iedereen ziek-zwak-en-misselijk. Dus Marlien vertrekt vanuit St. Vincent met een vliegtuigje naar Martinique. Wij blijven twee dagen in St. Vincent, waar ik zowaar een golf kan pakken en dan zeilen we heel relaxt terug naar de Grenadines. Nog even rust voordat de gevreesde werfbeurt in Trinidad weer om de hoek kijkt.

DSC_0014 DSC_0034

mee zeilen? http://www.sailing-silverland.nl

Posted mei 21, 2015 by marije73 in Uncategorized

Los Roques Ankeren in atollen, kitesurfen, golfsuppen, verse vis en diesel avonturen   5 comments

‘Welkom to paradice!’, roept Marco vol trots met een brede grijns. We komen aanvaren in Los Roques, vanuit een ander paradijsje Les Aves, beiden in Venezuela. Het atol Cayo de Aqua ziet er inderdaad waanzinnig paradijselijk uit. De zee kleurt van het tederste lichtblauw naar knallend turkoois  en kabbelt zachtjes tegen het parelwitte zandstrand. De eilandjes worden versierd met toefjes groen mangrove.

boot + kite mare en ik wij allemaal

Aanval

Zodra we veilig voor anker liggen springen we in de dingy en racen naar het strand. Ik zet twee stappen en voel gekriebel… Ik kijk naar beneden, op mijn benen zitten muggen. Ik kijk naar mijn armen en mijn schouders: overal dikke, zwarte muggen. ‘Help!’, gil ik paniekerig, ‘Help, Marco pak Mare van me over! Ik word aangevallen door duizenden muggen!!’ Ik begin naar Marco te rennen, onderwijl de muggen van me afslaand. Zodra Marco Mare heeft aangepakt (Mare mag niet zwemmen vanwege de hechtingen van haar sterilisatie), spring ik het water in, alleen mijn hoofd vanaf mijn mond steekt nog bovenwater, pfff, veilg… De muggen zijn hondsbrutaal en volgen Marco, Mathies en Mare zelfs de dingy in. Ik zwem het stuk terug naar Silverland en begin meteen met een muggenbeleid. Klamboe voor het luik en alle horren ervoor, muggenspiraal voor de andere deur en een lange broek aan. Ik heb nog nooit zulke volhardende muggen meegemaakt. Ze weten me overal te vinden en steken direct.

mar camera mar loop

Ankeren in het atol

De volgende ochtend varen we naar een nieuw ankerplekje, niet in de buurt van een eilandje mét een meertje en ook niet vlak vóór mangrovebosjes. Want dat blijkt in het regenseizoen een dodelijke combinatie. Ik sta voor op de boegspriet en speur de bodem af op zoek naar ondieptes, we varen voorzichtig het atol in. Spannend! Stel je voor dat we aan de grond lopen. Hoe zouden we hier ooit de boot moeten repareren? Maar alles gaat goed. Ik heb uitmuntend zicht, het water is super helder. Ik zie de vissen en het koraal duidelijk onder ons door schuiven. En ons nieuwe plekje is het allermooiste plekje tot nu toe. We worden omringd door kleine eilandjes van wit zand, duinen en mangroven. Vlak voor ons ligt een uitgestrekte zandplaat waar de wind vrij overheen blaast. Achter de zandbank is het water onwaarschijnlijk vlak. Kitesurfparadijs. De wind neemt elke dag toe in de loop van de middag en we kunnen steeds een paar uur kiten en dat is een cadeau want het officiële windseizoen is nog niet begonnen. Ook Mathies vermaakt zich prima. Hij speelt met Mare op het strand, we bouwen super zandkastelen en hij kite mee op ons board. Het snorkelen overtreft elke andere plek tot nu toe. Weinig dood koraal en omdat het water zo ondiep is, komen de kleuren goed tot uitdrukking en er is een nog grotere verscheidenheid aan vissen. Wat een pracht plek! Na een dag of vijf varen we door naar het hoofdeiland Grand Roque, het enige eiland met een dorpje.

tuna

Verse vis

RRRRRRRRRRRRRRR, ‘Beet!!!’, Mathies brult het uit. Marco sprint naar de hengel: ‘Rechter hendel naar achter Marij! We hebben beet.’ We zijn onderweg naar Grand Roque en vangen een tonijn. Marco gaat het gevecht met de onfortuinlijke vis aan en deze keer wint hij. Hé, hé, eindelijk gaat het Marco voor de wind met het vissen. Mathies staat te stralen en te springen van enthousiasme, hij weet van voren niet meer wat hij van achter moet met al die geluksgevoelens.

Onderweg van les Aves naar los Roques heeft Marco al een Barracuda gevangen en hadden we bijna een enorme tonijn. Die tonijn ontsnapte met ons hele visgerij erbij. Maar nu dan toch een tonijn. We hadden in Les Aves van Puertoricanen enorme verse tonijnfilets gekregen en waren helemaal gewend aan sashimi elke avond. Gelukkig kunnen we dat nu voortzetten. En het allerleukste is, dat Marco weer zin heeft in vissen. En als Marco wil vissen is Mathies in de zevende hemel.

grand roque ik grand roque kerst grand roque

Grand Roque

Los Roques blijft verrassen, het dorpje is tranquillo en mute bonito. Kleine zandstraatjes, gekleurde huisjes, palmbomen, Zuid-Amerikaanse muziek en een dorpspleintje waar kinderen spelen. Het inklaren gaat gelukkig makkelijk en de Guardia Costa adviseert ons zelfs om niet bij de bank te wisselen, maar ergens anders. Dat wisten we al. Je krijgt 10x zoveel op de zwarte markt. We doen er maar een beetje vaag over. Je weet nooit. Alles is zo corrupt als het maar zijn kan. Maar het grappige is dus dat werkelijk iedereen dat ook meteen toegeeft. ’s Avonds eten we voor een habbekrats op het pleintje overheerlijke Ceviche, rauwe vis gegaard in limoensap met paprika, pepers en lente-uitjes, en drinken Mochitos. Mathies speelt met de dorpkinderen. Om de haverklap komt hij me halen. ‘Ik versta ze niet mama en ze leggen wat uit.’ Haha, nee, ik spreek lekker Spaans… Ik sta met handen en voeten te communiceren met rap ratelende Venezuelaanse  kinderen die zich niets aantrekken van mijn: ‘Yo hablo un poco Espanjol. No mas rapido, por vavor.’ Toch snap ik hun uitleg over de spelregels en kan Mathies weer meedoen. Marco zit ondertussen gezellig te kletsen met de eigenaar van het restaurant. Na twee dagen varen we verder naar Cayo Frances. Het eilandengroepje waar we in september ook twee nachtjes geankerd hebben. We hebben al kennis gemaakt met Elias, de kiteschoolhouder op het eilandje en we gaan hem opzoeken. Het is een gezellig weerzin, we eten ’s avonds samen en de volgende dag gaan we kiten. Op de punt is een surfbreak en we hebben geluk, we kunnen kitesurfen in de golven. De dagen erna dropt de wind, maar de swell blijft staan. Het is ongelofelijk maar waar: hoge golven om in te suppen. Waanzinnig, wat een een cadeautje! Als de wind weer aantrekt is de swell voorbij, dus varen we naar een ander klein eilandje, eigenlijk echt niet meer dan en zandplaatje. Weer mega lekkere freestyle sessies, het houdt maar niet op.

kiteloop s-pass golven

Naderend afscheid en diesel tanken

Onze dagen, je krijgt er vijftien, zijn bijna op en we willen nog proberen wat diesel te tanken, dus varen we weer terug naar Grand Roque. Vroeger kon je als buitenlander makkelijk diesel tanken bij Venezuelaanse vissers of andere grotere boten, maar door een nieuwe speciale wet is dat nu onmogelijk. Iedereen is doodsbang om in de gevangenis terecht te komen. Na heel wat vragen en nog eens vragen, geven we het maar op. We zullen de diesel officieel moeten aanvragen. Dat houdt in dat we bij de Guradia Costa een papier moeten halen en dat papier krijgen we pas als er een mannetje mee gegaan is naar de boot voor een inspectie. Het mannetje gaat mee. Hij inspecteert echter niks, maar ziet een probleem. We zijn niet officieel in Venezuela ingeklaard en daardoor kunnen we überhaupt niet tanken. Hij praat alleen Spaans en ik begrijp zijn gebrabbel over het hele gedoe niet zo best. Ik smeek hem zowat of hij ons niet kan helpen. (Met het oog op dit naderende gesprek heb ik gisteren al aan anderen gevraagd wat ‘kun je me helpen alsjeblieft’ in het Spaans is) Hij begint weer met een hele uitleg. Ik begrijp de helft. Hij kan iets doen, maar wat is er toch met dollars? Moeten we in dollars betalen of juist niet? Opeens begint het te dagen. Hij wil zelf dollars en met die dollars in zijn zak kan hij het papier in orde maken. Aha! We moeten hem 60 dollar (een maandsalaris) geven. Hij wijst nog eens naar zijn lippen en maakt een stttt-gebaar. Ja, ja, we snappen het. Niks zeggen. We krijgen het felbegeerde papiertje voor 1200 liter wat relatief veel is, meestal is het maximaal 500 liter. Met het papiertje gaan we naar de mevrouw in het speciale kantoor, ze geeft ons een bedrag door, dat bedrag moeten we storten op de bankrekening van een speciale instantie. Lang leve het regime en de bureaucratie. We zijn echter een beetje teleurgesteld. Echt extreem goedkoop is het zo al met al niet meer, hetzelfde als in Trinidad. En we kunnen niet aan de kade… We moeten straks 1200 liter in de dingy heen-en-weer gaan varen. Is het het wel waard allemaal?

DSC_0102   DSC_0103    DSC_0105

Maar dan keert het tij. Er komt een groot schip met weinig diepgang aan de kade liggen. Als we daar eens langszij konden gaan liggen… We hebben al kennis gemaakt met Luiz, de geldwisselaar. Hij heeft al geprobeerd iemand te vinden die diesel onder de tafel wilde verkopen, maar zoals gezegd durft niemand dat meer. Maar Luiz vertelde ook dat hij een vriend heeft die werkt bij het tankstation. Wie weet kan die vriend ons een beetje helpen en kunnen we langszij gaan liggen? Luiz belt en na wat geklets hangt hij op. Volgens hem is het geregeld. We gaan erheen. Het mag. En nog beter, we mogen nog extra tanken! Zodra we zij-aan-zij liggen gaat er een slang van hun boot naar onze boot. Het gaat erg langzaam en ik ben zenuwachtig. We hebben zoveel indianen verhalen gehoord over mensen die in de gevangenis kwamen omdat ze een beetje meer tankten… Na een uur of twee begin ik te ontspannen en rommel ik wat rond in de boot. Marco is heel druk met het heen en weer pompen van de diesel naar andere tanks. De baas van het tankstation-die-ons-helpt komt om de zoveel tijd even controleren. Ondertussen windt Mathies de hele bemanning om zijn kleine visvingertje. Hij mag bij hen aan boord komen vissen met zijn handlijn. Hij krijgt ijs, nog meer ijs en ook nog eens een enorme zak snoep. Uiteindelijk liggen we de hele middag naast het grote schip en gaat alles goed, fantastisch wat een geluk hebben wij. Door het extra taken is het toch nog erg goedkoop. Dit gaat heel wat gemoedelijker dan in Algerije, zeg! We kunnen zelfs water tanken bij het schip. Eindelijk weer eens lang douchen, jippie! Na het tanken gaan we nog een laatste keer in het dorpje eten. Het wordt een super toffe avond, Jose, de baas van het tankstation komt erbij zitten en we hebben Xavier leren kennen, een Venezuelaan die 7 jaar in Nederland heeft gewoond. Xavier kan vertalen en zo gaan de gesprekken net even wat soepeler.

Met de vijf gesmokkelde dagen erbij zijn we drie weken in Los Roques geweest, maar van mij hadden het er zo zes mogen zijn. Wat een waanzinnige plek is dit. Ik kijk er nu al naar uit om hier volgend jaar terug te komen. Met pijn in ons hart varen we de volgende dag weg. Op naar Puerto Rico. Wie weet wat dat ons allemaal weer brengt.

Posted december 11, 2014 by marije73 in Uncategorized

Bonaire en Curacao: een snufje thuis   5 comments

Vol verwachting varen we op Bonaire aan. Het is lang een droom kitesurfbestemming geweest: knalhelder water, super mooi duiken en snorkelen en uiteraard fantastisch kiten op super vlak water. Maar voor ons is het op dit moment nog veel meer dan alleen een mooie kiteplek, want er komen ontzettend veel vrienden en familie deze kant op. Om te beginnen zie ik na ruim en jaar mijn vriendin Linda weer op de dag na aankomst, bijna aansluitend op haar bezoek komt mijn moeder, dan zeilen we naar Anne in Curaçao en varen we weer terug naar Bonaire om Jouke en Thies te zien.

Het is grappig hoe een eiland zo ver en zo verschillend van Nederland toch zo vertrouwd en  ‘Nederlands’ kan aanvoelen. Het begint al met de bouwstijl, typisch Hollands, maar met een zeer Caribisch tintje, evenals het sappige Nederlands dat hier naast het Papiaments gesproken wordt. En dan het gebouw met de al te herkenbare letters en logo: belastingdienst, of de Nederlandse brandweer auto’s en de Albert Hein. Heel maf, maar ook wel leuk zo na ruim een jaar reizen. Al direct lopen we een kitesurfmaatje, Erwin, en zijn vriendin Mandy tegen het lijf, als we in Kralendijk op het pleintje zitten te internetten. Ze komen er gezellig bij zitten en al snel schuift er nog een vriendin van hen aan. En zo zitten we de eerste avond al meteen volop te limen.

mathies snorkelen 10606588_10152319252181951_651186221407465415_nme lin

Het weerzien met Linda is als in een film. Ik ben de hele dag al onrustig. Maar als haar vliegtuig geland is, houd ik het niet langer uit en race ik naar haar hotel. Eigenlijk zou Linda naar ons toekomen. Ik klop op de deur. Linda: ‘Hello?’ Ik reageer voor de grap: ‘Hello!’ Linda: ‘Yes?’ Ik weer: ‘Yes.’ En dan opeens hoort ze dat ik het ben, de deur vliegt open en we staan een fractie van een seconde tegenover elkaar, dan slaan we onze armen om elkaar heen. Tranen van blijdschap, en we kijken en kijken. Grappig, alles is nog hetzelfde. Er is niks veranderd. Lin is Lin en ik ben ik. Al snel staan we als vanouds te lachen en te kletsen en vertellen we duizend verhalen door elkaar heen. De drie daarop volgende dagen lopen als gesmeerd. Er is volop wind, we huren een auto, gaan kiten, drinken een biertje, eten een bitterbal, genieten van elkaars gezelschap, eten en passant op de Freewinds, het cruiseschip van de Scientology, wat aan dezelfde pier ligt als wij en waarvan de kapitein ons uitnodigt om te komen eten.. We zijn een beetje lacherig, worden we straks wel weer vrijgelaten of sluiten de deuren zich hermetisch achter ons? Het valt mee, niemand wil ons bekeren en het eten is lekker. Marco drijft het een beetje op de spits door gekke vragen te gaan stellen en toont net iets teveel interesse. Als snel krijgt hij een cd. Linda en ik krijgen het spontaan op onze heupen en willen weg. Zonder verdere toestanden staan we een minuut later weer buiten. Pffff, overleefd. Het afscheid valt me zwaar, weer tranen. Wanneer zien we elkaar weer? Dit jaar nog of pas volgend jaar? In ieder geval fantastisch dat ze überhaupt kan komen door haar werk.

10593065_10204163425979102_8927236818521833972_nDSC_0109

Al een paar dagen later staan Mathies en ik te popelen bij de gate op het vliegveld: oma, mijn moeder komt aan! En ja hoor, daar is ze! Mijn lieve moedertje, zwaaiend en kijkend loopt ze voorbij het raam waar we staan te kijken. Maar Mathies is meteen weggeschoten toen hij zijn oma zag aankomen. Suffertje. Hij kan niet door de deur naar haar toe en nu heeft hij ook nog niet gezwaaid. Ik zie mijn moeder kijken ‘Waar is Mathies?’ We beleven twee fijne oma-familie-weken. Elke dag een drankje op het terras, lekker meegenomen uit eten, een zeiltochtje op de boot van een bevriende zeiler naar het kitestrand, een tourtje met een huurauto over het eiland en dan zeilen we via Klein Curaçao naar Curaçao. Er is echter één groot minpunt voor mijn moeder: het klimaat, veel te warm, de zon te scherp. Ze kan er niet goed tegen. Maar op Klein Curaçao gaat het beter. Er waait een frisse wind en het doorschijnende water lokt haar zelfs uit een duik te nemen. Lachend staan we elkaar nat te spetten. Hé, hé, heerlijk zo’n doorwaai eiland. Willemstad is weer warm, maar ook heel mooi. Het is een magisch moment om door de Pondjesbrug te varen. We liggen midden in het centrum aan de kade en wandelen zo de stad in. We brengen een bezoek aan het Scheepvaartmuseum, heel indrukweekend: de slavenhandel, alle oorlogen, een bloederige geschiedenis. We worden nog een laatste keer op een etentje getrakteerd en dan is het tijd voor afscheid. Het is een heel emotioneel afscheid. Deze keer heb ik niet de zekerheid dat ze er weer is over drie maandjes of op zijn meest een maand of zes… Ze komt voorlopig niet meer, ze vindt het echt veel te warm en ze heeft ons uitgenodigd volgend jaar naar Nederland te komen. Ik heb buikpijn en voel me intens verdrietig. In mijn maag een klomp en loodzware benen. Stilletjes zitten we koffie te drinken op het terrasje voordat ze door de douane gaat. De keerzijde van het reizen wordt keihard in mijn gezicht geslagen. Mathies wil ook geen afscheid nemen. Met zijn kleine, lieve kinderstemmetje zegt hij, terwijl hij bijna door de douane loopt: ‘Ik ga met oma mee.’ Nog meer tranen. Mijn moeder die zegt: ‘Mathies, dat kan niet. Jij hoort bij papa en mama. Marco die Mathies optilt en op zijn nek zet. En mijn hart dat in duizend stukjes breekt. Wat doe ik ons aan?? Waarom is alles zo stom? Waarom kunnen we niet gewoon elke drie maanden heen en weer vliegen naar elkaar toe? Waarom houdt mama niet zo van de zon als ik? Waarom is papa er niet meer, die had het zo heerlijk gevonden in de warmte en de zon. Die had mama kunnen steunen en meesleuren in de roes van het plezier. Dan zouden ze absoluut wel nog gekomen zijn… Waarom wilde ik zo ver weg?

1901274_842450629108702_2196626118650617063_n 10365530_842450479108717_5918190789980115273_o 10708690_842450472442051_3820006306786317623_o DSC_0076

Het afscheid nemen hakt erin. Ik voel me down. Het liggen aan de kade helpt ook niet echt mee. Wat moeten we in een stad zonder dikke portemonnee? We kunnen niet op terrasjes gaan zitten of uit eten in één van de leuke tenten langs het water, of shoppen… Marco werkt aan de stagen en ik help hem zo goed en ze kwaad als het gaat. Terwijl ik ook weer aan het supboek zit te schrijven. Er is nog één hoofdstuk niet helemaal volgens de wensen van de uitgever. Ondertussen wil ik er ook zijn voor Mathies. We liggen weliswaar midden in de stad, maar we liggen ook aan een afgesloten kade. Hij is er moederziel alleen. Om bij andere vissertjes te komen, moet hij om een heel huizenblok heen lopen. Dat mag hij niet alleen. Dus is Mathies ook niet echt happy. Gelukkig is er in de stad een speeltuin vol kinderen waar hij heerlijk mee kan spelen. Elke middag gaan we erheen. Ik zit er wat te lezen en geniet van zijn stralende gezichtje. Of we gaan naar een soort strandje bij een bouwput, waar de zee lekker fris is en ook lokale kindjes spelen. Het is behoorlijk armoedig. Eigenlijk vind ik er allemaal geen fluit aan. Ik mis mijn moeder en Bonaire. Totdat opeens Heiko en Michelle voor onze neus staan. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk en opeens zie ik het mooie en leuke van onze reis weer in. Ik zie ons leven door hun ogen en voel me weer trots worden. Wat zeur ik nou?! Het is toch het avontuur! Wat maakt het uit dat ik in een bouwput in zee ga zwemmen en nergens lekker kan kiten. We liggen verdorrie midden in Willemstad met onze eigen boot, waarmee we zelf naar Curaçao zijn gevaren. Heiko en Michelle willen heel graag met ons naar Klein Curaçao zeilen. Het wordt een heerlijke dag. Het liefst was ik gebleven, maar we moeten ze terug brengen. Gelukkig hoeven/kunnen we niet meer naar de kade terug. Zodra je onder de pondjes brug doorvaart moet je automatisch voor de Pilotboot betalen. Ook als je er geen gebruik van maakt. Die ochtend, voor vertrek naar Klein Curaçao, konden we even 150 euro aftikken voor een dienst waar we dus 0,0 gebruik van hebben gemaakt… Gelukkig hebben we aan de kade wel erg goed aan de stagen kunnen werken. Dus het is geen weggegooid geld. Maar nu gaan we weer ankeren. Heiko en Michelle plus familie moeten we als een stelletje bootvluchtlingen afzetten met de dingy, terwijl Silverland voor de ingang van de haven drijft. Nadat we ze hebben afgezet, varen wij door naar een baaitje om het anker neer te laten. Een verademing na de hitte en drukte van de stad. Als ik wakker word, zie ik weer natuur om me heen. We mogen niet in het baaitje blijven en varen door naar het Spaanse water. Ook hier kunnen weer lekker vrij bewegen en er zijn volop mogelijkheden om te wandelen, langs het strand of in de heuvels. En we zien onze vrienden Frits en Reinhilde weer terug, zij ankeren hier ook. Minpuntje aan het Spaanse water is alleen dat het omringt wordt door villa’s waar allemaal blanken in wonen. Het voelt naar, die gescheiden wereld tussen blank/rijk en donker/arm. Ik wil heus niet beweren dat alle Antillianen arm zijn, maar ergens klopt er iets niet, lijkt mij…

anne 1 anne 5 anne2 anne4

Na een dag of tien in Curaçao is het alweer tijd om de volgende vriendin van het vliegveld op te halen. Twee uur lang zit ik in een stikhete bus naar het vliegveld, maar het maakt me niks uit. Zo meteen is Anne er! Popelend sta ik bij de gate. Waar blijft ze nou? En dan opeen is ze er! ‘Anneeeeeeeee!’, roep ik en dan vliegen we elkaar om de hals. Anne wil niet in de bus en al snel zitten we te kletsen in een heerlijk airco gekoeld busje. Op naar het hotel, super chique en ontzettend geinig om eens mee te maken. Ik mag komen wanneer ik wil, internetten in haar kamer, ik word getrakteerd op glaasjes Chardonnee, weer een etentje en Mathies kan er heerlijk spelen en zwemmen met andere vakantiekinderen. Ondertussen is Marco banken op het achterdek aan het timmeren. Een leuke klus waar hij blij van wordt. Ook met Anne en twee vriendinnen van haar varen we heen en weer naar Klein Curaçao. Het is wederom een succes. Als Marco naar Willemstad lift, ontmoet hij een Nederlandse vrouw, Margot, ze komt samen met haar vriend, dochter, een bevriend stel en haar collega meevaren naar Klein Curaçao. Ze geeft ons na afloop een wereldcompliment: ‘Dit is de leukste dag op Curaçao!’ en dat zegt best wat, want ze is er al een poosje en heeft al veel gedaan.

Het leuke aan de tripjes naar Klein Curaçao is dat Marco en ik groeien in onze rol als kapitein en gastvrouw. Ik vind het gezellig, al die mensen om me heen, die genieten op ons prachtige schip en voel me enorm trots als ik merk hoe leuk ze het zeilen met ons vinden. Ook Marco geniet, hij is de kapitein van die grote boot, waar iedereen ontzag voor heeft. Ons matroosje Mathies vervult zijn rol met verve. Hij is gids en vertelt alles over de vissen in de Carib, daarnaast sleept hij hapjes en drankjes aan en vertelt over onze belevenissen in geuren en kleuren. Mare moet het nog een beetje leren. Ze is in het begin een beetje te springerig, maar gelukkig ook heel lief en uiteindelijk zijn er toch altijd heel veel mensen die haar een ontzettend lief hondje vinden!

bonaire via de spiegel groepsfoto naamloos-10 nachtfoto thies silverland windsurfspot

Om Jouke te ontmoeten varen we van Curaçao naar Klein Curaçao en dan door naar Bonaire. Het loopt alleen iets minder soepel dan we dachten. Het omweert om ons heen. Gelukkig trekken de buien weg, maar Marco vertrouwt het niet helemaal en zet het ankeralarm als we gaan slapen. Maar hij heeft het alarm niet nodig om te merken dat het niet goed gaat. Na een paar uur slaap, voelen we het anker krabben. Er staat opeens een dikke swell en we kunnen niet meer ankeren. De boot rolt, ik zet alles vast en ruim snel de afwas op, terwijl Marco de motor start en in de luwte van het eiland zachtjes heen en weer vaart tot het licht wordt. Hij wil snel naar Bonaire varen om daar in de luwte te kunnen liggen. Hij gaat op weg, ziet een mega bui aankomen en keert weer om, gelukkig maar. ‘Er zat een puist wind in, dat wil je niet weten’, zegt hij even later tegen mij. Na een hobbelig tochtje varen we de baai van Bonaire in. We bellen naar de Marina voor een stevige boei, die is er niet voor een boot van onze afmeting, meldt de man. Hoe kan dat nou? We hadden gehoord dat er een paar boeien zouden zijn met meer capaciteit… dan maar weer naar de havenmeester. Ik ga met de dingy, terwijl Marco silverland door de baai laat drijven. De havenmeester wijst ons ook de deur: ‘Sorry hoogseizoen, teveel cruiseschepen.’ Dan maar zelf op zoek. Marco weet een boei bij de waterzuivering. We liggen net een half uurtje als er een schip aankomt met een pilotboot ernaast en daarop een woedende havenmeester. ‘Wegwezen hier jullie!’ Weer drijven, we willen Jouke én Thies niet mislopen. Waar kunnen we heen? Na vijf uur dobberen besluiten we Jouk maar een bericht te sturen dat het niet gelukt is dat we hier niet kunnen blijven. We gaan voor een hotel liggen en opeens ziet Marco een boei met en heel dik touw. We gaan eraan liggen, meteen komt er een bootje van het Marinepark aan. De parkwachter begint direct te schreeuwen: ‘Binnen vijf minuten zijn jullie hier weg!’ Deze keer laten we ons niet meer wegsturen. ‘Bel je baas maar, we blijven hier liggen.’ Uiteindelijk komt de baas, hebben we een gesprek en mogen we blijven liggen. Hehe, wat een gedoe! Gelukkig zijn we het snel vergeten als we Jouke en Thies een paar uur later op bezoek hebben. Wat een gezelligheid! Ook met hen beleven we twee topdagen. Lekker cruisen -en racen tot groot vermaak van Mathies- in de rentel, bbq-en en snorkelen. Ze zijn er echter maar heel kort, al na twee dagen moeten we ze weer gedag zwaaien. Weer voel ik me droevig. Dit zijn voorlopig de laatste vrienden uit Nederland die op bezoek kwamen. De maanden zijn omgevlogen. We gaan weer naar een heel nieuw gebied, Puerto Rico. Ik ben heel benieuwd wat ons te wachten staat. It better be good, want we moesten er een Amerikaans visum voor aanvragen en dat is echt een hassle!

Posted december 11, 2014 by marije73 in Uncategorized

%d bloggers liken dit: