Indonesie, hello mister! selfie, selfie! I love you!   1 comment

Na een apen-relaxt en super speciaal tochtje, we hebben de zuid-kustlijn van Papua Nieuw Guinea gevolgd, in plaats van de Torres Strait door te varen. (Dat is een heel verhaal apart, maar dat komt rond de zomer in het tijdschrift Zeilen.) Komen we begin januari 2020 eindelijk aan in de Molukken in Indonesië! Wat een gestress was het in het afgelopen jaar…

 

En wat willen we het hoofdstuk Hernia, en het hoofdstuk Aanvaring graag afsluiten! Indonesië 2020. Een nieuw decennium, een nieuw continent, een nieuwe oceaan, het voelt als een nieuw begin. Maar helaas sleep je je herinneringen met je mee, al proberen we deze zware stenen in onze rugzakken nog zo hard in kleinere brokken te breken om ze beetje bij beetje te lozen, het lukt ons de ene keer beter dan de andere keer. Wat het voor mij lastig maakt, is dat ik nog steeds af en toe zenuwpijn heb. Het is absoluut niet zo erg als voor de operatie, maar het is er soms wel. En dan ben ik meteen doodsbang dat die hernia terug is… Het liefste zou ik een portable MRI-apparaat in mijn broekzak willen hebben, dan kon ik elke keer controleren of er niks geks aan de hand is, en wist ik zeker dat het gewoon napijn is en kon ik het verder loslaten. Helaas pindakaas, dat bestaat niet en ik moet gewoon sterk zijn en niet in paniek raken. De pijn trekt altijd weer weg, en de arts in Bangkok heeft gezegd dat het wel een jaar kan duren voordat de zenuw helemaal genezen is, tot die tijd kan ik dus pijn hebben aan de zenuw. Eigenlijk niks om me zorgen over te maken, zou je denken. En dat prent ik mezelf dan ook steeds weer in. En als dat niet lukt, what’s app ik met vriendinnen, die me altijd weer een hart onder de riem steken.

Aanvaring

Wat het voor Marco lastig maakt de hele nachtmerrie Aanvaring te vergeten is dat er nog losse eindjes zijn: niet alles is gerepareerd, de boot is wel weer veilig en zeewaardig, maar de reparaties zijn niet allemaal afgewerkt. Dus worden we continue herinnerd aan die snert tijd. Maar we konden niet blijven om het af te maken, we moesten echt weg, zoals jullie hebben kunnen lezen in mijn Blog Race tegen de klok. Het is een zwarte bladzijde, die je het liefste uit het logboek zou willen scheuren, maar die bladzij blijft maar plakken, omdat we er steeds weer aan herinnerd worden door onaffe dingen aan Silverland. Gelukkig zijn we op tijd in de Molukken om onze vrienden aan boord te verwelkomen.

20200213_180257[1]

Kade

‘Ik denk dat we hier wel aan de kade kunnen liggen’, Marco staat achter het stuur met de verrekijker naar de kant te kijken. Mathies begint meteen op en neer te springen: ‘Ja! Dat wil ik! Dan kan ik lekker vissen!’ De enige die niet meteen in een hoerastemming is, ben ik. Ik hou niet zo heel erg van aan-de-kade, en wel om de volgende redenen: weinig privacy, kans op insecten en ratten en vies water. Ik zou veel liever voor anker gaan naast een piepklein idyllisch eilandje vlak voor het stadje. Maar het is een democratisch besluit, twee tegen één, en dus varen we voorzichtig naar de kade. Er ontstaat meteen een oploopje, iedereen die in de buurt is, staat naar ons te kijken. Het ziet eruit alsof de koning aan komt varen. Fijn daaraan is dat we binnen no-time vastliggen, vele handen maken immers licht werk. Mathies is in zijn element, hij spurt van de boot met zijn hengel en zijn aas. Ik ga een blokje om, even ontsnappen aan de drukte. Als ik terugkom zit het hele achterdek vol mannen. Hele aardige, gastvrije mannen. Van één van hen kunnen we zelfs een brommer huren. Dat is hartstikke handig, want de enige supermarkt en de versmarkt zijn wel een half uur rijden op de brommer. De lokale busjes rijden niet regelmatig naar het begin van het haventerrein en ook dan zou het nog een enorm gesleep met boodschappen zijn om bij de boot te komen. Het is ontzettend leuk om te ervaren hoe vertrouwd Indonesië voelt, er zijn zoveel mensen die op mensen uit Nederland lijken en trouwens haast iedereen heeft wel iemand die een familielid heeft in Nederland.

DSC_6895

Vrienden

‘Kom op, Marij, Mathies opschieten over een half uurtje is de taxi er om naar t vliegveld te rijden’, Marco is, net als Mathies en ik, helemaal hyper. Zo meteen gaan we Pat en Vincent ophalen van het vliegveld, wat een feest! We hebben er maanden naar toegeleefd, enorme afstanden gezeild om er op tijd te zijn en we hebben het deels gehaald. Niet helemaal tot Bali, maar wel tot Indonesië! ‘Daar komt t vliegtuig!’ Mathies wipt van zijn ene been op zijn ander en kijkt met grote stralende ogen naar het landende vliegtuig. ‘Ik zie ze!’, roept Marco. Het vliegveldje is piepklein en al snel lopen Pat en Vin door de deur naar buiten. Het is zo leuk om vrienden of familie op te halen en te verwelkomen, het lijkt op kerstfeest vieren, er hangt net zo’n vrolijke spanning in de lucht.

IMG-20200214-WA0015

Ook voor de jongens is er de volgende dag een brommer en we verkennen met z’n allen het eiland Kai Kecil en Dullah, we gaan ’s avonds gezellig een hapje eten in een Toko en gaan op zoek naar bijzondere plekjes. Die vinden we niet echt, we komen in een viezig, rotsig baaitje, en in stadjes, maar niets adembenemends. Daarom besluiten we het ruime sop te kiezen. Dat pakt goed uit, rondom de hoofdeilanden zijn tientallen paradijselijke eilandjes met vaak prachtig koraal en parelwitte stranden, we kunnen snorkelen en zelfs kitesurfen.

Ook Pat gaat aan de vlieger hangen. ‘Ik vind het echt hartstikke gaaf!’, roept hij na uurtje gevliegerd te hebben. Het is een beetje een tricky spot om les te geven, vooral met hoog water, want er steken overal bamboo stokken uit het ondiepe water, waaraan zeewier gekweekt wordt. Als de kite daarop landt vanwege een stuurfout, scheurt hij in 100 stukjes, en wat te denken van een mens die erop gekwakt wordt en gespiesd. Met laag water gaat het beter en Pat maakt progressie. Wat het lastig maakt, is dat alle kleine kites kapot blijken te zijn. Er zijn plastic verbindingsbuisjes vergaan. Super irritant. We hebben alleen nog een complete 7 meter en die willen we graag heel houden. Toch vliegert Pat nog een keer met Marco op de zandbank, ik kite nog een paar uurtjes, Vincent wordt vooral gebakken op de lange zandbank en na drie dagen enthousiast fotograferen en zwemmen, geeft hij aan wel toe te zijn aan vernieuwing. We hebben nog maar 3 dagen voordat de jongens alweer weggaan en besluiten naar Ngur Bloat te gaan, een waanzinnig mooi strand met gezellige eettentjes en op sommige plekken heel mooi en gezond rif.

Selfie

‘Het rif is daar helemaal kapot’, merk ik op als ik al snorkelend terug kom op de plek waar we de bijboot hebben vastgeknoopt aan een speciale duikboei. ‘Daar hoeven we echt niet te gaan snorkelen.’ Je kunt duidelijk zien dat er in het verleden met bommen gevist is, soms is de zeebodem een enorme ravage, terwijl op andere plekken het rif prachtig en gezond is. Toch ben ik overall blij te zien dat het koraal in deze warme zee floreert. Ik was zo bang dat het, net als in de Cariben, voornamelijk dood zou zijn. Maar dat is gelukkig niet het geval. Wel is het echt erbarmelijk gesteld met de enorme hoeveelheden plastic in zee. Wat een verschil met de Pacific. Weten jullie nog dat jullie me regelmatig vroegen: ‘Hoe is het met de plastic-soep?’, en dat ik dan kon antwoorden, ‘valt reuze mee.’ Nou, ik was al gewaarschuwd, en inderdaad, hier valt het niet mee.

IMG-20200214-WA0009

‘Vanavond gaan we gezellig uit eten’, Pat en Vin brengen een echte vakantie sfeer met zich mee. Zo heerlijk om op mee te surfen. Altijd als we bezoek hebben, zie ik onze reis weer door een andere bril. Het bijzondere wordt uitgelicht door de reacties van het bezoek. Wij zien de paradijselijke plekjes af en toe niet eens meer, het is allemaal zo gewoon geworden. Maar voor vrienden of gasten is alles nieuw en bijzonder. Heel goed om ons even te resetten! Al moet ik daar wel meteen een voetnoot bij plaatsen. We waren echt mega blij om in Indonesië aan te komen. En Daru, trouwens heel Papua, heeft ons enorm gecharmeerd. Maar goed, ik dwaal af. Het is de ener-laatste avond en we gaan naar het strand. Het eten is echt super lekker, we bestellen crabbetjes (heel veel werk), gefrituurde inktvis, nasi goreng en vooral heel veel Bintang. We hebben de grootste lol, vooral als we over het strand lopen. Iedereen, maar dan ook echt iedereen, wil continue met ons op de foto. ‘Hello mister!! Selfie, selfie!!’, klinkt het van alle kanten. Tjemig, zo voelt een filmster zich dus altijd… vreselijk! Haha, na twee keer zijn we het al zat. Maar goed, de mensen zijn zo lief en zo enthousiast, je kunt ze haast niets weigeren. Alleen Mathies, maar die wordt gedekt door mij. ‘Mathies tida suka selfie…, Maáf.’ En dan is het hem vergeven.

Afscheid

En dan, al zo snel, is het alweer voorbij. Pat en Vin gaan naar Bali terug voor hun twee laatste dagen en wij blijven weer achter met z’n drietjes. Zo uitgelaten als we waren toen ze kwamen, zo bedrukt voelen we ons nu. Het is zo snel gegaan…

We besluiten nog in Ngur Bloat te blijven, het is er zo mooi. Ik herontdek de Gopro en het editen van filmpjes, kan lekker nog wat kitesurfen en elke dag gaan Mathies en ik snorkelen. Marco gaat in het begin nog mee, maar is het al snel zat. Rare vogel is het toch… al snap ik het ook wel, hij wil Silverland weer in top conditie krijgen en als hij niets doet, voelt hij zich niet fijn. Het snorkelen is super gaaf, maar er zijn geen uitzonderlijk grote waterdieren, zoals manta-roggen, of enorme hoeveelheden haaien of andere grote zeevissen. Marco vond vooral de driftsnorkels in de Tuamotu’s heel erg mooi. Ik kan enorm genieten van elke onderwaterwereld, als hij maar gezond is. Ik word ongelofelijk verdrietig van dode koraaltuinen. Na nog tien dagen in het paradijs is het tijd om weer terug te gaan naar Tual, alle voorraden zijn op en er moeten onderdelen besteld worden. Met pijn in mijn hart verlaat ik het mooie plekje. Op naar de kade, op naar Tual. Daarover meer de volgende keer.

IMG-20200214-WA0001[1]

 

 

 

 

Posted februari 14, 2020 by marije73 in Uncategorized

Locked up in Paradise deel II   Leave a comment

‘Kom op, Mar! Ik heb echt geen zin om hier te gaan zitten wachten tot we weg mogen! Ik wil iets leuks doen vandaag. Laten we de dugongs gaan zoeken.’ Van een paar jongens hebben we gehoord dat het hier sterft van de dugongs, ze jagen erop. Maar daar wil ik verder niks mee te maken hebben, dus met deze jongens meevaren is geen optie, echter mijn nieuwsgierigheid is wel gewekt en ik zou zo graag een kudde willen zien. ‘Nou dan moeten we eerst weten waar ze precies grazen, ik ga geen uren rondvaren in de dinghy voor niks. Die beesten zijn natuurlijk super schuw als er zo heftig op gejaagd wordt.’ Daar heeft Marco een punt. We gaan dus eerst een rondje eiland fietsen en informatie inwinnen.

dugongslooki

Het eilandje Daru is niet al te groot, je fietst in een half uurtje van de ene kant naar de andere kant, er loopt een weg over het eiland, maar niet rondom het eiland. Een groot gedeelte bestaat uit moeras en mangrovebosjes. Om toch een aardig ritje te hebben, slaan we alle zijpaadjes in die we vinden. De mensen kijken verbaasd op en Marco roept jolig: ‘De allereerste blanke mensen ooit op een fiets op dit pad, he?’ Ze kijken ons na en ik hoor ze lachend herhalen wat Mar riep. Als we een stopje maken, ontmoeten we Wally, hij beweert te weten waar Dugongs te vinden zijn. Ik maak een afspraak voor de volgende dag. We wisselen telefoonnummers uit. Door eerdere ervaringen wijs geworden, druk ik Wally op het hart een vaste prijs te maken, een alles-in-één-prijs, zodat het niet tot teleurstellingen kan leiden. De volgende dag bel ik hem op. Hij wil het doen voor 25 euro. Prima prijs, dus we hebben een deal. Ik pak de snorkelspullen van Mathies en mij, Marco gaat niet mee, hij wil naar de customs-man. ‘Ga je ook mee Sam?’ vraag ik aan Mathies vriendje. Dat wil hij wel en met de twee jongens ga ik op pad. Wally koopt benzine en we klimmen achterin de laadbak van een vrachtwagentje. Naast me staat een meneer, verlegen stelt hij zich voor: ‘Ik ben de eigenaar van de motor van de boot.’ Ik geef hem een hand en knik. Ik voel de bui al hangen. Hij begint na een minuutje weer ‘Ik ben de eigenaar van de motor.’ Ik knik weer, dan stamelt hij iets. Ietwat geïrriteerd reageer ik: ‘Ja, dat heb je net ook al gezegd, ik weet het. Wat is er dan?’ En ja hoor, hij wil ook geld. Meteen klop ik op het dak van de cabine en roep: ‘Stop!’ We stappen allemaal uit. Ik zeg tegen Wally dat ik hem 4x heb gevraagd of het een vaste prijs is, inclusief boot, het loon, alles en nu moet ik opeens de meneer van de motor apart betalen. Hoe duur was de benzine?’ ‘12,50’, antwoordt hij bedrukt. ‘Ok dan deel je de rest van het geld met de eigenaar van de motor.’ Wally stelt het voor. De eigenaar gaat niet akkoord, hij vindt het te weinig. Nu echt geïrriteerd zeg ik tegen Wally: ‘Goed, dan gaat de trip niet door. Ik had een afspraak met jou gemaakt en je maakt er een potje van. Deze kinderen hebben zich enorm verheugd op dit uitstapje, ik ook en nu kan het niet doorgaan omdat jij je niet aan de afspraak blijkt te houden.’ Gelukkig kan Wally de benzine terug geven aan de benzineverkopers, hij krijgt dan het geld terug. De auto hoef ik niet te betalen, de chauffeur is zelfs zo lief om ons terug te brengen naar het dorp. Wally heeft al 5 euro opgemaakt aan drankjes en een oude schuld, maar de rest van mijn geld geeft hij terug.

Screenshot_20200107-143833 (2)

Dan gaat mijn telefoon. ‘Ja, Beemsie, het is gelukt! We zijn uitgecheckt. Ik heb de baas in Port Morseby gesproken en ik heb hem uitgelegd dat het niet onze fout is, dat nergens vermeld staat dat je verplicht bent te melden dat je naar de volgende haven vaart. Waar ben je? We gaan weg!’ Ik kijk naar Sam en Mathies, de tranen schieten in mijn ogen. Ik stamel tegen Sam: ‘We gaan weg, vandaag.’ Hij slaat zijn arm om me heen en geeft me een knuffel. ‘Kom op, dan gaan we mijn ouders gedag zeggen’, zegt ie. Op dat moment komt Marco ook aan lopen. Eigenlijk is het maar goed dat we nu niet midden op zee zitten in het bootje met Wally, want dan hadden we nu rechtsomkeert moeten maken, alsof het zo heeft moeten zijn… Met z’n allen, en dan bedoel ik ook állen, want inmiddels is het als een lopend vuurtje rondgegaan dat we vertrekken, gaan we op pad in de richting van Sams dorp. Wat volgt maakt een onuitwisbare indruk op ons.

Screenshot_20200107-143851

Iedereen in het dorpje weet al wie we zijn, hoe onze boot heet, hoeveel horsepower onze dinghy heeft, dat we al zes jaar rondvaren, dat we uit Nederland komen, dat Mathies 11 is, dat we een hond hebben, we krijgen high fives, handen en heel veel lieve glimlachjes. In het huis van Sams familie maken we kennis met zijn opa’s, ooms, tantes, neefjes en nichtjes, de buren en de buren van de buren. Kortom het halve dorp staat om het huisje heen. We kletsen en dan is het tijd voor het afscheid, Sam loopt mee, en vaart mee naar Silverland. Daar geeft Mathies hem één van zijn zelfgemaakte boten en zijn oude fiets. Ik neem Mare- om nog even te poepen mee naar de kant- als we Sam en de inspecteur afzetten en dan gaan we echt. We worden uitgezwaaid door enorm veel mensen. De inspecteur, die meegevaren was om Silverland te onderzoeken, we waren immers verdacht, vraagt verbaasd: ‘Hóelang zijn jullie hier geweest?’ ‘Een weekje’, zeg ik, ‘maar het voelt alsof we hier veel langer waren.’ Dat beaamt hij, kijkend naar de hordes zwaaiende mensen.

Screenshot_20200107-143833 (1)

Wat een waanzinnig gave plek is Daru, met mega gastvrije, lieve mensen. Echt een aanrader voor alle zeilers om hier een laatste of eerste stop te maken op weg naar Indonesië of Port Morseby. Maar vergeet nooit customs in te lichten over de voortgang van je reis, want hoewel het nergens vermeld staat, willen ze dat je dat doet. In de volgende blog lees je alles over onze alternatieve route. We zijn niet door de Torres Strait gevaren!

 

Posted januari 12, 2020 by marije73 in Uncategorized

Locked up in Paradise, Deel I   2 comments

Laatst vroeg een oud klasgenootje op FB, naar aanleiding van een door mij geplaatste foto: ‘Ben je echt zo gelukkig als op elke foto die ik van je zie?’ Ik schoot direct in de lach, want dat is zeker niet het geval! Ik zal eens een kijkje achter de schermen geven.

IMG-20191227-WA0005

Zoals je in een eerdere blog al kon lezen, was ons vertrek uit Port Morseby naar Daru, een andere haven in Papua Nieuw Guinea, nogal onverwacht en abrupt, in plaats van een dagje chillen bij een eiland voor de kust, riep Marco tijdens het varen erheen opeens: ‘We gaan nu verder, het weer ziet er goed uit om door te varen!’ De daarop volgende discussies waren heftig en ik stond zeker niet te stralen. Ik vind het zó lastig dat we zo afhankelijk zijn van elkaar, als de één iets besluit, heeft dat directe gevolgen voor de anderen en dat is van de meest lastige dingen van de reis. Over elke scheet moet je met elkaar overleggen, zelfs naar de kant gaan, omdat we maar één dinghy hebben. Je kan niet gewoon ff op je fiets springen en je ding doen. Ik troost mezelf na dit soort incidenten altijd met het feit dat er Nederland ook genoeg ‘niet vrije’ momenten zijn. En dan denk ik aan het gehaast ’s ochtends vroeg, kind op de fiets naar school brengen in de regen- met de auto is geen optie vanwege files- en dan keihard door fietsen om op tijd op je werk te zijn. Een ander punt waardoor ik me soms echt ongelukkig over voel, is het gebrek aan Echte vrienden en familie om me heen, ondanks de leuke contacten met de lokale bevolking, is het best eenzaam vaak. Dat was het natuurlijk niet toen we met El Caracol opvoeren en ook niet als we bij Frits en Reinhilde in de buurt voor anker liggen, want dat zijn ook Echte vrienden geworden, dus mensen waar je lief en leed mee deelt.

IMG-20191227-WA0001

Wat het allemaal toch nog steeds heel erg de moeite waard maakt, zijn de bijzondere gebeurtenissen die we mee maken. Het zijn de pieken, die echt pieken, maar ook de diepe dalen. Want zonder dalen, ook geen pieken. En de gebeurtenissen wisselen elkaar soms in rap tempo af. Zoals een vriendin terecht opmerkte via de app: ‘Never a dull moment’, toen ik eens klaagde. Neem nou Daru, waar we denken uit te kunnen klaren, zodra het weer goed is om naar Indonesië door te varen. Maar waar, als we willen uitklaren, opeens een probleem is. We hadden volgens de customs in Port Morseby moeten melden dat we vertrokken naar Daru en nu willen ze ons niet laten gaan. We zijn verdacht… Inmiddels is weekend, kerst en oud en nieuw komen eraan, en de baas van ons customs-mannetje wil een rapport, en dat rapport zegt hij te bekijken als hij daaraan toe komt. Ja… wanneer is dat: volgende week, de week daarna? We hebben daar geen tijd voor, want onze vrienden komen eraan. ze zijn over twee weken in Indonesië, en het is ruim een week varen naar Indonesië… We voelen ons enorm opgesloten en gestrest. de enige die staat te springen van blijdschap is Mathies, hij wil graag in Daru blijven bij zijn vriend Sam. Het stomme is dat die meldplicht niet op de website van customs staat, en ook niemand ons erover geïnformeerd heeft. Maar ja, wat kunnen we doen? Niets behalve ons customs-mannetje stalken. Als we terug lopen na een zoveelste vruchteloze poging onze customsman te overtuigen dat hij ons gewoon moet laten gaan zegt Marco: ‘Het voelt hier meteen niet leuk meer, nu begrijp ik een beetje hoe asielzoekers zich voelen, je mag niets en je bent overgeleverd aan de instanties, waar je niet zelf mee kunt communiceren.’ Mij doet deze situatie ook denken aan de periode dat ik vastzat op Beran-island in de Marshall’s, waar Marco een visjacht aan het opknappen was, wat veel langer duurde dan gepland. En waar ik kon geen kant op kon, terwijl ik verging van de pijn, omdat naar ik naar later bleek een mega hernia had. Er was in de Marschall’s geen MRI-scan en ook geen goed ziekenhuis, ook toen was ik Locked in Paradise.

Toch voelt het vandaag 1000x minder benauwd dan toen. Ik ga er vanuit dat het één dezer dagen heus wel goed komt met dat uitklaren. En gelukkig hebben we nog even de tijd voor onze vrienden er zijn. Wat deze dag toch tot een mooie dag maakt is het volgende. We stonden daarstraks in een lokaal winkeltje, komt er een meneer naar me toe: ‘Hoi, mag ik je wat zeggen?’ Ik geef hem een hand en antwoord: ‘Natuurlijk!’ hij houdt mijn hand stevig vast en zegt: ‘Ik vind jou zo bijzonder, je bent zo anders dan alle andere blanke mensen die hier op het eiland komen. Je bent als één van ons. Je gedraagt je niet alsof je een niveau boven ons staat, alsof je beter bent.’ Ik pak op mijn beurt zijn hand heel stevig vast en zeg: ‘Dit is het grootste compliment dat je mij kunt geven!’ Hij lacht en vertelt: ‘Ik zag je gisteren al op de kade staan kletsen met een groep mensen om je heen, je bent zo normaal in je omgang met ons.’ Ik voel mijn hart warm worden en vertel over onze avonturen in de bus in Port Morseby, dat het eerst een soort onmogelijk leek om gewoon rond te reizen als blanke in de lokale bus, maar dat het steeds relaxter werd, omdat wij onze weg leerden kennen en meer ontspannen waren, dat ook uitstraalden en de lokale bevolking daardoor ook ontspande. Ik denk dat die houding iets is wat als een rode draad door deze reis loopt. Want hoe lastig deze reis soms ook is, en hoe diep sommige dalen ook zijn, ik weet dat ik enorm veel leer. Namelijk me aan te passen aan mijn nieuwe omgeving en meteen contact te maken met de plaatselijke bevolking. Degene bij wie dat het meest natuurlijk verloopt is Mathies. Hij staat meestal na een uurtje al te vissen op de pier en kletst de oren van iedereens hoofd alsof hij er al jaren woont. Deze reis is een levenservaring waar we alle drie een rijker mens van worden en dat laat me dan toch weer stralen. Tenminste voorlopig, want dat uitklaar-probleem hangt toch als een donkere wolk boven ons hoofd. Duim maar voor ons dat het snel goed komt en we onze vrienden kunnen verwelkomen in Indonesië! Ik hou jullie op de hoogte.

DSC_0945

 

Posted januari 7, 2020 by marije73 in Uncategorized

Vliegende vossen, ‘gangsters’ en dieven   2 comments

Na al die dagen op zee is het een verademing om voet aan land te zetten en dan nog wel op een paradijselijk eiland met wit zand, palmbomen en een lagune met redelijk vlak water én het meest belangrijke: vette wind om te kitesurfen!

Walaiveli, het eilandje van de vliegende vossen en kitesurfparadijs.

We hebben de dinghy volgegooid met kites, harnassen, boards en pompen, maar voordat we het water op kunnen, maken we eerst kennis met de locals die er in grote groepen aan het kamperen zijn. Ze hebben een groot zeil opgehangen tussen de palmbomen en er staan allemaal kleine koepeltentjes, ook branden er een aantal bbq’s. ‘Mare kom hier’, is het eerste wat ik moet roepen, want ons veelvraathondje staat al te likkebaarden naast te bbq’s en heeft haar eerste botje te pakken. De mensen zijn super vriendelijk, ze komen van het vaste land in het weekend om hier te kamperen. Ik had verwacht dat ze kip aan het grillen waren, maar er liggen vliegende vossen op de gril. ‘We schieten ze met onze katapulten uit de bomen’, legt een jongen trots uit. Ik troost mezelf met de gedachte dat het super biologisch vlees is, zo hangt de vos nog aan een tak, zo ligt ie op de gril. Toch vind ik het lastig om ernaar te kijken. Ze laten de diertjes doodgaan, ipv ze direct de nek om te draaien. Dus ik nadat ik gevraagd heb of ze de diertjes niet sneller uit hun lijden kunnen helpen, ik krijg er toch buikpijn van, ze hebben zo’n lief koppie, ga ik snel mijn kite oppompen. Bijna iedereen komt erom heen staan. ‘Wat is dat?’, vragen ze verbaasd. Ze hebben het nog nooit gezien. Zodra ik het water opga, en mijn eerste sprong maak, beginnen ze te juichen. Het is heerlijk om weer te bewegen. Als snel zijn Harm en Marco ook aan het kiten en we zijn het spektakel van de dag. Ik zie golven breken in de verte en laat de kust achter me.  Het is waanzinnig om zomaar even getrakteerd te worden op een wavekitesessie, de golven lopen lekker lang door en de wind is siteshore, ik kan mega lange golfritten maken. Na een uur of twee kakt de wind in, snel vaar ik terug naar t strand. ‘Wow! Wat een cadeautje!’, roepen we uitgelaten tegen elkaar. Ik ben vooral super blij voor Harm, zijn hele periode aan boord stond in het teken van de reparatie van Silverland op het land en later aan de kade bij de scheepswerf. Harm gaat al weer bijna van boord en gelukkig heeft hij nog even kunnen kitesurfen in het paradijs. Ook de volgende dag waait t nog en hebben we een heerlijke sessie. De dag erna varen we door naar Port Morseby.

‘Pas op’

Als we in Port Morseby zijn, zijn we ineens in een redelijk moderne stad, wat een contrast met de Solomons en de eerste stops in Papua new Guinea. We willen eigenlijk in de Marina gaan liggen, ze rekenen per boot, niet per meter, maar er is geen plek. Wel mogen we gebruik maken van de faciliteiten en binnen no-time heeft Mathies vriendjes. En wij worden door een super enthousiaste familie- mix Spaans en Australisch, uitgenodigd om ’s avonds pizza te komen eten in een restaurant. Er zijn nog meer expats en het is een gezellige avond. Een perfect afscheidsetentje voor Harm, hij vertrekt de volgende dag. Marco en ik vinden het leuk om met de lokale, publieke bussen te reizen, maar het is hoogst ongebruikelijk en de mensen maken zich vreselijk bezorgd. Het is net alsof heel Port Morseby uit gangsters bestaat, terwijl iedereen juist heel vriendelijk is. ‘Kom maar mee met mij’, waarschuwt een mevrouw, ‘niet met die mannen meegaan, het kan een truck zijn.’ We worden er een beetje zenuwachtig van, maar iedereen bedoelt het goed. Gelukkig went het allemaal snel, ook voor de lokale mensen en al na een dag of twee gaat het soepeler.

IMG_20191219_161409_859

En bovendien hoef ik niet meer de hele tijd in de bus, want ik heb een nieuwe fiets. ‘En hoe fiets je fiets?’ vraagt Marco, als ik van de shopping mall naar de boot ben gefietst. ‘Heerlijk! Ik ben wel mega om gefietst, ik kwam via de totaal andere kant van de baai aan. En ik denk dat ik het eerste witte mens ben die hier rondgefietst heeft, werkelijk íedereen stond te joelen en te schreeuwen als ik voorbij kwam. Ook reed er een auto naast me om een filmpje te maken.’ Na een week Grote Stad is het opeens tijd om te gaan. Eigenlijk waren we op weg naar een eilandje voor de kust om een chill zondag te houden, als Marco opeens roept: ‘Het is nu goed om verder te varen.’ Mathies en ik schieten in de stress. ‘Wat is dit nou weer!?’ Na een hoop gesteggel en gedoe, maken we een plan. Het punt is dat ik volgens mij best flexibel ben, maar dat de plannen zo mega wijzigen vind ik echt moeilijk. Ik wil gewoon nog perse boodschappen doen voordat we doorvaren. We komen straks weer in extreem afgelegen gebieden en ik wil wat westerse producten inkopen. ‘Ok, jij gaat boodschappen doen, ik ga de boot voorbereiden.’ Daar kan ik mee leven. Einde van de middag halen we het anker op en varen door naar Daru.

‘Ze hebben nog nooit een blanke gezien’

Als we bij Daru voor anker gaan, komt er al snel een jeep de pier oprijden. Een aantal mannen in blauwe pakken staan driftig te zwaaien en te gebaren. We wachten dus maar even aan boord, ze gebaren nl dat ze naar ons toe willen komen. Ik heb er de pest over in, door het geschommel heb ik pijn in mijn been en rug en ik wil lekker even aan land. Mopperend schik ik me in mijn lot. Uiteindelijk komen de agenten aan boord en blijken super vriendelijk te zijn, al hebben ze allemaal geweren bij zich… ‘Het is een grenspost hier, daarom moeten we heel alert zijn. Er komen smokkelaars vanuit Irian Jaya, Indonesië’, legt één van de agenten uit. De volgende dag fiets ik een rondje over het eiland, wederom geen kans om even lekker anoniem het eiland te verkennen. Ik denk dat ik zonder overdrijven 200 x ‘Merry Christmas’ geroepen heb en begroet ben met dezelfde yell. Maar dat is nog niet vergeleken bij mijn ervaring de volgende dag als ik een rondje ga suppen en besluit een kijkje te nemen bij de nederzettinkjes langs de kust.

Werkelijk iedereen komt aangerend, een vriendelijke gast, genaamd Erik, besluit mijn chaperon te worden. ‘Tegenwoordig kan je hier wel veilig komen, maar tot vijf jaar geleden was dat echt onveilig.’ ‘Echt?!’, vraag ik verbaasd. ‘Wat zou er dan gebeuren?’ ‘Ze zouden je spullen afpakken.’ Ik kijk naar alle lachende en enthousiaste gezichten en kan het me bijna niet voorstellen. Maar goed, gisteravond werd ook het bezinetankje uit de dinghy gejat. Het is dat Marco aan het piesen was en geritsel hoorde, de schijnwerper aanzette en opmerkte dat er een persoon in een kano wegvoer, die niet reageerde op zijn geroep. Het is ook dat we meteen begonnen te schreeuwen en onze vissersmanburen dat hoorden en ook hun schijnwerpers aanzetten, in hun bijbootjes sprongen, waarop de dief snel ons tankje terug kwam geven, onderwijl excuses roepend. Onze heldhaftige buren wilde de man een lesje leren, maar wij vroegen hen of ze hem wilden laten gaan, hij had immers het tankje teug gegeven, en het was kerst.

 

Onbekende route

Omdat we te laat in het seizoen zijn, is de wind heel veel tegen in zee rond de Torres strait, we gaan dus een alternatieve route volgen. We zijn langs geweest bij onze vissersmanburen en zij hebben ons geadviseerd over hoe te varen. Daarover meer de volgende keer!

Posted december 26, 2019 by marije73 in Uncategorized

Race tegen de klok   2 comments

We gaan morgen! Het weer ziet er niet zo heel goed uit, we kunnen regen en onweer en tegenwind krijgen de laatste dag, maar als we wachten is het niet gezegd dat het beter wordt.’, zegt Marco. Ik kijk naar de weersvoorspellingen, de eerste twee etmalen zien er goed uit, weinig regen en aardige wind, rond de 15 knopen (4BFT) er volgt heen-en-weer-geapp met onze vriend Menno in Nederland. ‘Misschien moeten we toch nog maar blijven, Menno zegt dat er kans is dat we echt in tering weer terecht kunnen komen het laatste etmaal.’ Ik voel mijn maag samentrekken. Onze vrienden staan over 4,5 week in Indonesië.

In de Solomon eilanden is Marco, toen ik voor mijn herstel na de hernia-operatie in Nederland was met Mathies, terwijl hij voor anker lag, aangevaren door een Chinees vissersschip. Het herstel/ de reparatie van Silverland heeft maanden geduurd. (Het volledige verhaal daarover schrijf ik eerst voor Zeilen, dan plaats ik het op mijn blog.) Toen we een appje kregen van onze vrienden: We komen naar jullie toe, wanneer kunnen we komen? Waren we in de gloria! Jippie, gezellig! Bezoek! En we waren in de veronderstelling dat we in een week of twee wel weg zouden varen, maar nee… het werk sleepte zich voort, de weken werden maanden en de vrienden verzetten hun reis een dikke maand. Maar alsnog is het werk niet af, en toch moeten we weg. Niet eens alleen om onze vrienden te verwelkomen maar ook vanwege het orkaanseizoen dat gestart is in de Coral Sea. En dus denk ik: We moeten dit weerraam pakken, dan maar een etmaal in het kloteweer. Er ontstaat een lagedruk gebiedje op onze route. Ik weet nog dat we precies zo’n situatie hadden tijdens de oversteek over de Stille Oceaan in de laatste week. Daar was de keuze of een dag of drie omvaren of dwars door het laag heen varen. We kozen toen ook voor het laatste en ik vind dat we dat nu ook moeten doen. Marco voelt zich ziek, zwak en misselijk en is moe van de stress en het werk, maar we zijn met onze Crew Harm, dus kunnen we beter slapen en het duurt minstens een week voordat dat laagje dan weer weg is en de juiste windrichting weer terug komt. Ik zeg: ‘We moeten wel nu gaan! Het slechtste weer komt pas over drie etmalen en dan kunnen we er bijna zijn… En wie zegt dat het volgende weerraam echt goed is?’

War zone

We gaan. De boot is een war zone, overal staat gereedschap, de noodwerkbank staat nog in het gangpad, de lijnen van sommige zeilen zijn bijna door… We gaan als een dolle aan het werk om de boot zo goed mogelijk voor te bereiden. Alle gereedschappen in emmers, die emmers zetten we in de badkamer beneden, de verfspullen kunnen wel opgeruimd, de werkbank wordt afgebroken en het hout, wordt helaas niet weggegooid, maar weer opgestapeld en vastgebonden. Ik kook nog snel ff een flinke pan Bolognaise saus, voor als de zee te ruig is om te koken. En dan slapen, de volgende ochtend racen Harm en ik nog snel ff met de dinghy naar de supermarkt om het laatste geld op te maken, als we terug komen, zegt Marco weer: ‘Of zullen we toch maar beter wachten op een beter moment?’ ik ontplof: ‘Nee! We gaan nu! We kunnen niet wachten! Desnoods motoren we dat laatste etmaal.’ Na wat heen en weer gesnauw, ik verdraag dit zo slecht, gaan we toch.

Dé krokodil

Na twee heerlijke etmalen zeilen kakt de wind in, gelukkig is het niet hard gaan regenen, de tegenwind valt ook mee, we kunnen er goed tegenin varen op de motor. De zee is hartstikke vlak, zelfs ik voel me prima! Als we vlak bij onze tussenstop zijn, Misima, een klein eilandje van de Louisiaden, een eilanden groep van Papua New Guinea, begint het slechte weer ons in te halen, rondom ons ontstaan uit het niets enorme buien, als we vlak bij zijn haalt een zwarte muur ons in. Regen, regen, regen, maar gelukkig geen onweer. Wonder boven wonder is het even wat helderder als we het piepkleine pasje invaren. We komen in een smal baaitje, waar we geen kaarten van hebben. ‘Ik wil mee inklaren’, zeg ik snel tegen Marco. Na drieënhalve dag en nacht op zee heb ik enorme behoefte mijn benen te strekken. We lopen het kleine dorpje in, inmiddels regent het weer. De mensen staan met open mond naar ons te kijken. We vragen of er iets is van een politiebureau is of een havenmeester. Spreken ze hier wel Engels begin ik me vertwijfelt af te vragen… De mensen reageren vaag en alsof ze echt geen idee hebben waar we het over hebben. Een politiebureau blijkt er wel te zijn. Marco vraagt aan een meneer in een pick-up of we mee mogen rijden, een beetje overdonderd stamelt hij dat dat goed is. We stellen ons voor, hij noemt zijn naam: John. ‘John!’, roep ik uit. ‘We zijn op zoek naar John, we hebben gelezen dat we bij John kunnen inklaren.’ Hij knikt trots: ‘Ja, dat ben ik!’ Wat een geluk, zitten we zomaar bij precies de juiste persoon in de auto. We maken de afspraak dat hij nu zijn peoples gaat ophalen en dan naar ons toe komt.

 

In de pas staan piepkleine, maar super cleane golfjes, die zag ik meteen toen we door de pas voeren. Ik kan haast niet wachten tot John er is, haal mijn sup alvast tevoorschijn, surfpakje leg ik klaar, ik eet alvast een boterham en sta vervolgens naar de klok te loeren, 40 minuten kruipen voorbij… Ik kan toch wel gaan, mopper ik. ‘Nee, dat kan níet, hij zal zo wel komen.’ En gelukkig komt hij juist op dat moment. Als we ingeklaard zijn, vraag ik voor de zekerheid of er geen krokodillen zitten, er staan zelfs krokodillen afgebeeld op het geld… ‘Ja, antwoordt John opgewekt ‘Pas op voor dé krokodil, hij woont in de lagune.’ Hij wijst naar de mangrove bosjes aan de overkant. ‘Hij woont in die hoek.’ Ik vraag benauwd’: ‘Komt hij ook in de pas?’ ‘Nee, hij blijft in de lagune. Daar moet je oppassen, een aantal weken geleden heeft hij een meisje in haar benen gebeten, hij trok haar bijna de kano uit, maar de mensen hebben haar bevrijd, ze was ernstig gewond.’ ‘Leeft ze nog en heeft ze haar benen nog?’ gelukkig leeft ze nog, mét haar beide benen aan haar lijf. Ik peddel als een dolle naar de andere kant van de baai, vanaf de boot en volg de kust tot de pas, continue kijk ik om me heen, maar het is erg troebel water. Ik lijk niet achtervolgd te worden. Het golfje is klein, maar de setting is magisch. Er zitten wel dertig kinderen te kijken, ze zingen prachtige liedjes en juichen elke keer als ik een golfje pak. Als de zon bijna onder is, stop ik, nu nog banger voor dé krokodil peddel ik snel weer naar Silverland De volgende ochtend ga ik weer, dan homeschool met Mathies en vervolgens een wandeling naar de heuvels met een dolgelukkige Mare, Harm en een medium blije Mathies. Mathies houdt niet zo heel erg van wandelen, klimmen vindt hij vermoeiend, afdalen heel leuk. De route voert ons langs huizen en akkers, door de jungle en weer terug naar t dorpje. De mensen onderweg zijn zo lief en vriendelijk, ze willen allemaal even een praatje maken en zich voorstellen. Na twee dagen ziet het weer er weer redelijk goed uit om verder te varen. We willen zo dicht mogelijk bij Port Morseby liggen om de laatste 300 mijl meteen te kunnen pakken, zodra het weer het toelaat.

Noodweer

Na 200 mijl barst er tijdens mijn wacht in de late avond  een onweer los als nooit tevoren. ‘Marco!!’, gil ik doodsbang. Het lijkt wel een griezelfilm. Het is pikdonker, maar de flitsen omringen ons en als dat gebeurt, is de hele boot fel verlicht. Ondertussen dreunt de donder erop los. En dan gaat het ook nog keihard waaien… gelukkig varen we op de motor. De wind giert door de stagen. Marco komt zijn bed uit en neemt het over, samen besluiten we de koers te verleggen en om het onweer heen te varen en niet er recht door heen. Na een klein uurtje wordt het weer lichter, het blijft regenen, maar het onweer is weg. De volgende ochtend hebben we flinke tegenwind, zo’n 18 knopen. Ik kijk op de kaart, we zijn vlak bij een eilandje met een rif, het zie eruit als een top kitesurf plekje. ‘Marco zullen we daar stoppen om te kiten?’ ‘Er is te weinig wind om te kiten.’ ‘Helemaal niet, we gaan 4 knopen tegen de wind in en de windmeter staat op 20 knopen, dat betekent 16 knopen, dat is kitewind.’ ‘Ok, tegen de wind in beuken is ook niks.’ Na ruim een uur varen we het rif binnen, de wind is inmiddels toegenomen tot 25 knopen en het eilandje ziet er betoverend uit. Meer erover in de volgende blog!

Posted december 19, 2019 by marije73 in Uncategorized

Schoolbezoek Tulagi, Solomons   3 comments

20191105_100159Op vrijdag fietsen Mathies en ik over Tulagi naar de school. Gisteren zei Mathies opeens: ‘Mama, zullen we weer eens een bezoekje brengen op een school?’ Ik juich het meteen toe, het staat me nog helder voor de geest hoe fantastisch het was om de school in Rapa te bezoeken en daarna de school in de Marshall’s. De kinderen én volwassenen zijn zo intens geïnteresseerd, het is echt heel leuk om te doen. Bovendien geeft het Mathies-die altijd gehomeschoold wordt- een prima kijkje in een klas, en wat is interessanter dan klassen over de hele wereld bezoeken en daar te kletsen met de kinderen en leraren?

IMG_20191106_111251_291

De deur naar het klaslokaal staat open, en we kloppen aan. ‘Kom maar binnen’, roept de juf. We stellen ons voor en vragen of ze het leuk vinden als we een presentatie komen houden over onze reis, Europa/ Nederland en foto’s laten zien. ‘Ja, heel leuk! ‘, roept de juf enthousiast. Mathies is inmiddels al naar buiten geglipt en speelt half en half uit verlegenheid verstoppertje met de kinderen die uit de ramen hangen en hard: ‘Mathies!!!’ roepen. Ik merk dat Francis, Mathies’ vriend niet in de klas zit bij de juf waar ik nu mee sta te praten. Hij zit in een aangrenzend gebouwtje bij een meester in de klas. De juf waar ik mee sta te praten legt uit dat ze de kleuters en kinderen van 6 en 7 lesgeeft. Toch wil ze heel graag een afspraak maken voor de presentatie. ‘De school is volgende week gesloten in verband met de examens van de hoogste klassen, maar ik laat de kinderen maandag om 9 uur naar school komen!’ ‘Ok, ik verheug me erop! Tot maandag.’ Vervolgens roep ik Mathies, hij staat verdekt opgesteld achter een muurtje, en loop naar de klas van Francis. Ook daar veel interesse voor ons voorstel. Maar de leraar stelt voor dat we niet maandag aansluitend komen, maar dinsdag om 9 uur. Ik stem toe, al baal ik wel een beetje, want dat betekend twee dagen achter elkaar geen homeschool voor Mathies, want het gaat me niet lukken hem nog te motiveren na de presentie, als zijn al vriendje vrij is. Ik troost mezelf met de gedachte dat het ook extreem leerzaam is dat we presentaties geven, voorbereiden en überhaupt de ervaring an sich is al een levensles.

Uitgestorven school

Maandagochtend staan we vroeg op en haasten om op tijd op school te zijn, een ervaring uit een ander leven. Gehaast klok ik mijn koffie naar binnen, help Mathies met zijn ontbijt en 5 minuten te laat- dejavú – zitten we op de fiets. Een beetje buiten adem komen aan bij school: totaal uitgestorven, de deuren zitten op de ketting, geen kind te bekennen. Mathies kijkt sip. Ik zeg: ‘Eerlijk gezegd was ik er al bang voor, toen de juf zei dat ze de kinderen er speciaal voor zou laten komen… Je weet hoe het gaat op de eilanden.’ ‘Ja, nou lekker dan’, moppert Mathies. ‘Al dat werk… we hebben twee mooie tekeningen gemaakt, een tekst geschreven en we hebben een paar uur foto’s uit zitten zoeken.’ ‘Ja, schat, het is balen, maar we kunnen de presentatie en de tekeningen gebruiken in Indonesië, het is niet voor niets.’ ‘Ja, en morgen is de presentatie voor de klas van Francis. Zijn klas was aanwezig toen we het kwamen afspreken.’, zegt Mathies. Dat is zo, de kleintjes waren al weg, en het was al vrijdag. Hoe had de juf al die ouders eigenlijk willen bereiken? Er is hier geen internet en ook hebben de mensen geen computers thuis… We spreken af aan Francis te vragen of hij morgen echt naar school gaat en als hij gaat, gaan wij ook. Geluk bij een ongeluk is dat we wel tijd hebben om nu zelf school te doen. In eerste instantie heeft Mathies er weinig zin, maar gelukkig draait hij bij als we weer op de boot aankomen.

IMG_20191106_111251_287

Toch nog een presentatie

Francis beaamt dat hij naar school gaat en op dinsdag fietsen we 5 minuten eerder relaxt naar de school, we zitten al bijna in het ritme. En ja hoor! Er zijn allemaal kinderen, maar geen meester. De deuren zijn dicht. ‘Zullen we dan aan het water gaan zitten onder de overkapping van palmbladeren?’, vraag ik aan de kinderen. Ze knikken en we nemen plaats. Er komen vier vrouwen bij ons zitten, ze stellen zich voor als juffen van andere klassen. Als eerste laat ik op onze wereldbol zien hoe we gevaren zijn, en bij de route we hebben genomen. We staan even stil bij het piepkleine landje Nederland en de enorme hoeveelheid mensen die er wonen. Op de wereldbol kun je goed zien hoeveel groter het gebied is dat de Solomon’s beslaan, en dat de bevolking bestaat uit maar 0,5 miljoen mensen. Vervolgens open ik de laptop en vertel aan de hand van foto’s waar we allemaal geweest zijn. ‘Kijk! De mensen zien er net zo uit als wij!’, roept één van de juffen enthousiast als ik foto’s laat zien van de Cariben. Ik neem me voor meer foto’s van mensen te laten zien in het vervolg. Ook is iedereen super geïnteresseerd in de foto’s over de sneeuw en het schaatsen, de bollenvelden vallen erg in de smaak, bij de enorme berg fietsen voor het station, moeten ze lachen. Onze oude gebouwen en de dichtbebouwde steden lokken verraste blikken uit. In de presentatie staan we stil bij de verschillen in cultuur, het harde werken in Europa, de bejaardentehuizen en de eenzaamheid van ouderen in onze samenleving, zo anders dan de kleine dorpjes op de eilanden waar de mensen zo betrokken zijn bij elkaar. Dan maak ik een brug naar de zorg voor/ en over het milieu. Dat wij, Europianen, erg bezig zijn met proberen de schade in te perken. Ik leg uit dat het beter is geen plastic tasjes te gebruiken, of ze tenminste altijd her te gebruiken, maar beter nog, boodschappen te doen in katoenen tassen. Ook laat ik het zwerfafval zien dat overal om ons heen ligt, ik adviseer om de kinderen te leren het plastic op te ruimen en niet op straat te gooien, en dat ze de kinderen leren er bij de regering op aan te dringen iets te doen aan afvalverwerking, nu wordt al het plastic aan de andere kant van het eiland in de natuur gedumpt, er is simpelweg geen vuilverwerking. De juffen knikken en sommige kinderen zie ik ook somber naar de punt van het eiland kijken, waar alle troep gedumpt wordt. Ik realiseer me dat het bijna niks is wat ik kan doen, en toch is het iets. Als iedereen over de hele wereld zich gaat realiseren dat we zuinig moeten zijn op onze leefomgeving, kunnen we misschien het tij keren. Het blijft waar: een beter milieu begint bij jezelf!

IMG_20191106_111251_289

Tot slot kan ik het niet laten: ‘En pas op voor de Chinezen, hé… Ze willen dit eiland overnemen…’ onmiddellijk knikken de juffen: ‘Ja, als dat gebeurt raken we onze authenticiteit kwijt, dan gaan ze gekke gebouwen plaatsen.’ ‘En al jullie vissen vangen met grote schepen!’, roept Mathies als toegift. ‘Dat mag niet gebeuren.’, zijn we het unaniem eens. ‘Als die plannen dichterbij komen, moeten jullie in opstand komen’, vervolg ik nu vol vuur op dreef. ‘Ja, demonstreren met jullie macheties’, Mathies loopt ook lekker warm.

Er wordt gelachen, maar ik zie ook dat de ernst van de situatie wel tot de mensen van Tulagi is doorgedrongen. Ik hoop met heel mijn hart dat deze gemene streek van de regering niet doorgaat. Ter afsluiting maken we wat groepsfoto’s en bedanken elkaar.

‘We love you!’, roept juf Catrina. ‘I love you too! Thnak you again for coming!’, roep ik terug. Grappig hoe de dingen gaan, vandaag is totaal tegengesteld aan gisteren, het leven is vol verrassingen.

 

Posted december 11, 2019 by marije73 in Uncategorized

Fiji, endless waves   1 comment

‘Marije, wakker worden, het is jouw beurt.’ Het is moeilijk om mijn ogen te openen. Het voelt alsof ik net pas naar bed ben gegaan. De zee is turbulent, de wind is sterk en er zijn veel buien. Misselijk schiet ik in mijn kleren en strompel ik de trap op, door het dekhuis, naar het stuurhuis en kijk op mijn horloge: half acht, ik heb zelfs een uur langer geslapen. Zo voelt het niet… Ik kijk naar de laptop en om me heen. (We navigeren door een route uit te stippelen op de computer, op het scherm kun je precies zien waar je vaart, net als een TomTom.) Nergens een andere boot te zien. Mathies is al wakker, lucky me! Sinds een half jaar neemt hij een deel van de ochtendwacht over. Hij heeft de stopwatch aan en controleert elke tien minuten of er geen boten in het gebied zijn en of alle zeilen goed zijn, of er iets is, dan maakt hij me wakker. Hij weet bijna beter dan ik hoe hij met ons schip moet varen. Ik ben zo trots op hem. Ongelooflijk maar waar, zelfs na 26.709 NM zeilen heb ik nog steeds geen zeebenen. Welke pillen ik ook slik, ik voel me nooit echt goed. “Op zee ben ik het tegenovergestelde van mij”, deze zin nestelde zich in mijn hoofd tijdens de oversteek van de Stille Oceaan, toen we 26 dagen onafgebroken op zee zeilden, want ook al ben ik al zo lang op zee, ik voel me nog steeds anders.

IMG_20181101_193110_585

Epic condities

Een dag later vergeet ik mijn zeeziekte en mijn somberheid. We varen door een smalle doorgang (pas) het rif van Fiji in en ankeren naast een idyllisch eilandje. Ik zie verbazingwekkende golven breken en er staat meer dan 20 knopen wind. Zodra we voor anker liggen, gooien we alle kitesurfspullen en Mathies’ speelgoed in de Dinghy en varen naar het eiland. Ik voel mijn hart sneller kloppen, hier doen we het voor! Dit wordt een epic kitesurf sessie! Als we bijna al onze spullen aan de wal hebben, komt er een man naar ons toe rennen. Je mag niet aan wal, je moet vertrekken. Dit is een privé-eiland’, zegt hij streng. We kijken elkaar aan. Dat kan niet waar zijn…. Maar het blijkt echt waar te zijn. We zijn niet welkom, zelfs Mathies niet. Teleurgesteld varen we terug naar Silverland. Voor ons maakt het niet veel uit, we kunnen vanaf de boot starten om te kitesurfen, maar wat moet Mathies doen? Ik voel een zware steen in mijn maag. Zijn eindelijk alle kitesurf condities ongelooflijk, is er geen speelplek voor Mathies… Op zulke momenten hoor ik mijn innerlijke stem zeggen: ‘Je wilde dit, maar is het ook een leuke manier voor Mathies om op te groeien?’.

In Nederland had ik altijd een plan voor Mathies als ik ging kitensurfen: spelen bij een vriendje, of hij kon naar mijn moeder, maar nu zijn we alleen en op elkaar aangewezen…. Onze passie is kitesurfen, maar niet ten koste van alles. Ik wil niet dat Mathies helemaal alleen aan boord is als we gaan kitesurfen. De enige oplossing is om de beurt gaan, minder leuk, maar er zit niks anders op. Of toch wel? ‘Ik ga achter het eiland kanovissen’, zegt Mathies als hij mijn teleurgestelde gezicht ziet. Ik kijk in de richting die hij wijst en zie een boei met een kano er aan vast waarin een medewerker van het eiland aan het vissen is. Ik besluit Mathies met de dinghy erheen te brengen, het is best ver tegen de wind in. Bovendien wil ik er zeker van zijn dat hij niet weer wordt weggestuurd.

Gelukkig is de medewerker aardig en nodigt hij Mathies uit om met hem te komen vissen. Ik bind de kano vast aan de boei en vaar terug naar Silverland. Als Mathies kan vissen, is hij gelukkig. Hij strekt zelfs eigenhandig MahiMahi’s aan boord tijdens het zeilen, hij is een professional! Twee uur lang kitesurfen we in de epic golven: de golven zijn overhead en het zijn prachtige lange ritten. Af en toe kitesurf ik een beetje in de pas om te zien of Mathies nog steeds in zijn kano zit, als ik hem terug zie roeien naar de boot, besluit ik dat het tijd is voor mijn laatste golf. Ik wil niet dat hij helemaal alleen op de boot zit. De volgende ochtend waait de wind weer, de zon schijnt en de golven zijn net zo mooi. Ik voel een enorme drive om te gaan kitesurfen, maar eerst Mathies’ homeschool geven…. ‘Wat doen we?’, vraag ik Marco. Kitesurf jij als ik Mathies les geef, dan ga ik daarna? Eigenlijk zou ik nu graag gaan kitesurfen, maar ik ben de juf. Mathies wil niet gaan vissen na schooltijd, want de wind is sterker dan gisteren en niemand anders is aan het vissen. Zodat we om de beurt kunnen gaan kiten. Maar dat blijkt niet nodig, want zoals met zoveel problemen tijdens de reis, lost ook dit probleem zich dezelfde ochtend nog op: naast ons ankert een boot met twee jongens, één van precies de leeftijd van Mathies en één van twee jaar ouder, die graag aan boord willen komen om te spelen. Dus we kunnen samen gaan kitesurfen. En nog belangrijker: Mathies heeft vrienden om te spelen!

IMG_20181227_084517_888

Onenigheid

De adrenaline giert nog steeds door mijn lichaam als ik een paar weken later, moe maar tevreden, terugkom op de boot aan het eind van de dag, we hebben weer gekitesurft in waanzinnige golven. Ik ben dan ook verbijsterd als Marco zegt: ‘We moeten hier weg. Ik wil naar de scheepswerf om te onderhandelen’. Ik weet heus wel dat het jaarlijkse onderhoud eraan komt, maar om nu plotseling weg te gaan, terwijl het kitesurfen hier zo goed is en Mathies vrienden heeft. Dat wil ik niet. De werf ligt aan de andere kant van Fiji, twee dagen tegen de wind in motoren en ze vragen een astronomisch bedrag om de boot op de kant te zetten. Ik denk niet dat het zinnig is om daar zonder zekerheid naartoe te gaan.

IMG_20190322_163027_469

Zoals zo vaak in de afgelopen vijf jaar krijgen we enorme ruzie over het onderwerp: kitesurfen versus het onderhoud van de boot. We hebben een groot, houten schip dat nogal wat onderhoud nodig heeft. Dat maakt niet uit, we hebben vaak een extra bemanning aan boord om te helpen met het onderhoud van het schip in ruil voor een paar mooie maanden aan boord. Op deze manier blijft ons 60 FT eiken schip in tip/top conditie. Maar waar ik me het meest overwind is dat ik geen super vette kitesurfplek wil verlaten, om vervolgens bij een grote stad met scheepswerven en ijzerwarenwinkels te gaan liggen. Ik realiseer me weer eens hoe ingewikkeld het is om zo dicht bij elkaar te wonen. Elke beslissing moeten we samen nemen. Zolang onze neuzen maar in dezelfde richting wijzen, gaat dat goed, maar zodra we van mening verschillen, wordt het vet lastig. Het is niet zoals thuis dat ik in mijn auto kan springen en naar het strand kan racen om te kitesurfen als Marco dat niet wil. We zijn volledig afhankelijk van elkaar. Als een van ons in een andere plaats wil zijn, neemt hij ons hele leven mee. Zelfs naar de wal gaan betekent samenwerken, we hebben één dinghy. Laat staan dat we naar de andere kant van een eiland gaan om een scheepswerf te controleren…. dat zou betekenen dat we minstens twee weken verwijderd zijn van alle surfplekken. Deze keer wint het kitesurfen, doorslaggevende argumenten zijn de kosten en de onzekerheid van de werf. We blijven aan de westkant van Fiji, op alle bekende golfplaatsen.

Posted december 3, 2019 by marije73 in Uncategorized

’t Eind van de wereld: Rapa-Iti   1 comment

Na de Tuamotus zeilen we door naar Gambier, waar we voor de tweede keer zullen zijn, het jaar ervoor zijn we er in de Pacific aangekomen. We koesteren warme herinneringen aan het prachtige eilandengroepje en verheugen ons dit jaar extra, want onze Portugese vrienden, een familie van 5, zijn er al. Ze hebben speciaal hun plannen omgegooid om met ons naar Gambier, Rapa-Iti en de Australs (allemaal eilanden groepjes van Frans Polynesië) te gaan.

31290704_10155116043680566_761194279321206784_o

 

Zodra we denken dichtbij genoeg te zijn om El Caracol op te roepen, proberen we het: ‘Silverland voor El Caracol, do you copy?’ Gekraak… en dan de bekende stemmen van George, Cat en de kids: ‘Yeahhhh Silverland!!! You are here!!’ Het ankerveld is behoorlijk afgeladen met boten, het is moeilijk een plekje te vinden. Dat verbaast ons. Waar komen al die boten vandaan? Vorig jaar waren we het grootste gedeelte van de tijd met maar drie andere boten, nu liggen er wel 30! We komen er in de volgende dagen achter dat het een Duitse enclave is, aangetrokken door de in Duitse bladen gepubliceerde artikelen van een Oosterijks stel. (Ik kom later nog terug op dit opmerkelijke stel.) De volgende dag ontbijten we met z’n allen op Silverland, iedereen is druk en kletst door elkaar, we maken plannen om naar de motu’s (zandplaatjes aan de rand van de omringende koraalrand) te gaan en naar Kamaka, ‘mijn’ surfeiland.

IMG-20180227-WA0002

Maar we zijn ook benieuwd naar de roddels, en branden los: ‘Hoe gaat het op Taravai?’ Dat is het eiland waar onze vriend Pierre op een huis past en waar we menig feestje/bbq hebben gehad. Er zijn  ontwikkelingen: Pierre past niet meer op het huis, hij woont samen met zijn nieuwe vriendin op haar zeilbootje, de ex van Pierre is naar Frankrijk, en de nieuwe oppasser van het huis is onder de voet gelopen door het paard en heeft zijn rug gebroken. Het paard is alleen en behoorlijk verwilderd, het huis staat leeg… We zijn er stil van. Gelukkig  wonen onze Polynesische vrienden Ervé, Valerie en hun zoontje Ariki er nog wel. Op zondag zijn er nog steeds vaak gezamenlijke lunches met potjes beachvolleybal. Nu we weer op de hoogte zijn van alle ontwikkelingen sta ik te popelen om te gaan wandelen. Het hoofdeiland heeft allemaal leuke paadjes en hiken kan er fantastisch. ‘Ga je mee boodschappen doen, Cat, en zullen we dan Mare uitlaten en de berg beklimmen?’ Cat lacht ‘Ja, energiebal, gezellig! Laten we eerst wandelen en dan boodschappen doen, anders lopen we zo te zeulen.’ De kinderen verdwijnen meteen de voorhut in en beginnen te lego-en en wij gaan de bossen in. Wat is het fantastisch om onze vrienden weer om ons heen te hebben! Zo gezellig! Er is weinig wind, er zijn ook geen golven dus besluiten we naar Taravai te verkassen en we roepen Ervé en Valerie op. Ze zijn super enthousiast ‘Jullie komen morgen? Kom dan overmorgen met El Caracol lunchen! En kunnen jullie 5 stokbroden meenemen?’

IMG-20180217-WA0060

Simpelweg gelukkig

Het voelt zo vertrouwd om weer terug te zijn. We ankeren in de baai voor het huis van Ervé, er ligt nog een boot met een Oosterijkse familie met een zoon van 14. We doen party-boot met El Caracol en de Oosterijkers komen ook op bezoek. De voorhut is een jeugdhonk. Ik voel diep geluk. Dit is wat ik altijd voor Mathies gewenst heb, een plek om te chillen en spelen met vrienden op onze boot. Ik ben zo blij dat de kinderen zich er thuis voelen. Het weerzien met onze Polynesische vrienden is warm en emotioneel, we knuffelen veel en pinken een traantje weg.

 

De volgende dag begint ’t toch te waaien, George krijgt zware kitestress, ik wat minder, ik zie niet zulke goede kite-omstandigheden. George wel, hij wil kiten tussen Taravai en klein-Taravai. Ik heb mijn bedenkingen ‘Is het niet onwijs vlagerig en waar laten we de kites op?’ ‘Ik heb hier al vaak gekite’, antwoord George, ‘gaat heel goed. Je laat de kite op bij t strandje aan een touw aan een palmboom.’ Zo gezegd, zo gedaan. Het is eigenlijk een perfecte plek, want de wind wordt versterkt doordat hij tussen de eilanden door blaast en het water is behoorlijk vlak, alleen als het echt op z’n hoogst is wordt het choppy. Het leuke is dat we veel bewonderaars hebben, iedereen die langs vaart stopt om te komen juichen. De enige die we echt missen zijn Pierre en zijn vriendin Charlotte. Ze leven van de liefde met z’n tweetjes op het bootje van Charlotte. Ik ben er eigenlijk stiekem best jaloers op… zo verliefd zijn dat je echt genoeg hebt aan elkaar… zucht…Verder is het leven goed in Gambier, we surfen, kiten, hiken en genieten van de gezellige momenten met andere zeilers en onze lokale vrienden.

IMG-20180608-WA0010

Afscheid Gambier

Op een middag komen Cat en ik terug van internetten bij t restaurantje waar ze wifi hebben. ‘Ja, Marij! Snel we gaan over een uurtje weg. Kun jij de laatste spullen halen qua eten? Ik verwacht dat we ongeveer 4 dagen onderweg zijn.  De wind is goed, we gaan naar Rapa- Iti.’ Ik ben perplex. ‘Nu weg? En El Caracol dan?’ ‘Die gaan ook, George en ik denken dat het goed is.’ Nog nooit zijn we zo onverwacht aan een zeiltocht begonnen. Als de sodemieter haal ik groente en fruit, dan dringt de consequentie van dit besluit opeens ten volle tot me door. Weg uit Gambier betekent bijna 100% zeker dat ik er nooit meer terug zal komen… Ik loop een rondje door t dorp. Bij elk winkeltje ga ik gedag zeggen. Tranen lopen inmiddels over mijn wangen. Ik kijk nog een laatste keer naar het kleine, lieve dorpje met alle bloemen, de kippen, de mooi aangeharkte tuinen, de fruitbomen en het kerktorentje. Terug aan boord kook alvast het avondeten en zet alles vast. Marco start de motor. Als we langs Taravai varen gooien we het anker uit, pakken de dinghy en gaan Ervé, Valerie en Ariki gedag zeggen. We krijgen prachtige bloemenkransen, die moeten we straks in zee gooien voor een goede vaart. Inmiddels huil ik tranen met tuiten, dat klote afscheid nemen altijd maar weer… We kunnen geen contact houden via email. Er is hier geen internet en ik ben realistisch, elk jaar komen er weer nieuwe zeilers die een plekje in het hart van onze vrienden veroveren en ook zij moeten weer afscheid nemen, en wij zullen weer nieuwe mensen ontmoeten. Maar ik heb sterk mijn twijfels of iets deze plek ooit zal kunnen evenaren.

DSC_4865 (4)

Machtige bergen

‘Hey guys! How is it going on Silverland?’ Het is zo gezellig om samen op te zeilen. We zijn steeds dicht bij elkaar in de buurt. Het geinige is dat we even snel gaan: onze zware houten kotter en het kleine catamarantje. Geen van beiden houden we in of doen gek om elkaar bij te houden. De zee is uitermate kalm en ik voel me goed. Aan boord van El Caracol is Cat minder fortuinlijk, op de één of andere manier is ze zeeziek. Het verbaast me omdat ik er ook best last van kan hebben, maar nu nergens last van heb. Na vier dagen komen we aan.

DSC_4938 (4)

Rapa-Iti is een vulkanisch eiland, het meest zuidelijke eiland van Frans Polynesië. Het staat bekent om de acceleratie die tussen de bergen ontstaat en je kunt er maar twee maanden per jaar veilig heen zeilen en ankeren in de baai tussen de bergen. Als het gaat waaien neemt de wind al heel snel aan kracht toe, en waait het 50 knopen in de baai. In november en maart is die kans het kleinst, op het moment dat het seizoen gaat omslaan. Wij hebben mega veel geluk. We hebben 10 dagen heel rustig zomerweer. Rapa-Iti is een zeer geïsoleerd eiland, waar maar 1x per maand een ferry komt en er is ook geen vliegveld vanwege de heftige weersomstandigheden en de vele bergruggen. De eilanders hebben ook geen behoefte aan een vliegveld, ze zijn tevreden met hun leven en willen helemaal niet meer contact met de buitenwereld, tenminste dat is wat de mensen met wie ik praat mij verzekeren. Dat neemt niet weg dat ze wel enorm gastvrij zijn. We krijgen vruchten en groente als de inklaar-autoriteiten aan boord komen. Ze nodigen ons uit om naar de tuinen te komen voor meer groente en fruit. Ook vertellen ze over de eeuwenoude forten op de toppen van de bergen en laten zien waar we aan de klim kunnen beginnen.

 

Sprookjesland

‘Ik heb het gevoel dat er elk moment een elfje tevoorschijn kan komen. Het lijkt wel een sprookjesbos.’ Cat kijkt me aan met glanzende ogen ‘Ja, het doet me denken aan Lord of de Rings, zo mooi hier!’ Ik kan het niet goed uitleggen, het is de puurheid, het groen, de kleine steile paadjes, de varens, de bloemen, de geur van zoethout, het zijn de vergezichten, het ontbreken van elke vorm van toerisme, de frisse wind, het geluid van de zoemende insecten, de heldere bergbeekjes die overal naar beneden kringelen. Ik beklim bijna elke dag de berg met Mare, soms komt er een hele sliert kinderen achter me aan. Na de eerste keer, gaan onze kinderen bijna nooit meer mee, Cat wel best vaak.

Marco is met George en een andere zeiler aan het helpen de baai op te meten, de bewoners willen graag mooring-boeien plaatsen om het koraal te beschermen tegen de beschadigingen van het ankeren van de bezoekende zeilboten. Een idee van het Oosterijkse stel waar ik nog op terug zou komen dat we vorig jaar al ontmoet hadden in Gambier. Ze ontpoppen zich steeds meer als ‘beschermers van Frans Polynesië’. In Gambier varen ze geregeld met hun bijbootje langs andere boten om hen te berispen over de plek waar ze ankeren, ze hebben commentaar op Mathies en de andere kinderen ‘Jullie vissen voor je plezier, dat is pure dierenbeulerij’. Ik ben eerlijk gezegd een beetje afgehaakt, want zelf publiceren ze in allerlei Duitse bladen en dankzij hun reclame wordt Gambier nu overspoeld door Duitstalige zeilers. Maakt verder niet uit, maar als je pretendeert een plek puur en onaangetast te willen houden, houd het dan ook stil… denk ik dan. Maar goed, dat ter zijde. We varen met El Caracol in een dag rondom Rapa-Iti, onderweg snorkelen we op mooie plekken en maken we wandelingen. ‘Het is zo mooi hier!!’, roepen we regelmatig uit. We mogen internetten in het stadhuisje, daar ontmoeten we de lerares van de basisschool, ze nodigt ons uit om de school te bezoeken en een presentatie te houden. ‘Leuk! Zullen we maandag komen?’, vragen we, dan kunnen we het nog voorbereiden. Die maandag gaan we bepakt en bezakt richting de school. We hebben een laptop waarop we foto’s van Nederland hebben, schoolboeken met typisch Nederlandse landschappen, de wereldbol en een voorbereide tekst. Ook El Caracol heeft zo’n zelfde soort voorbereiding gedaan. Om de buurt vertellen we onze verhalen. De kinderen zijn zo zoet, ze luisteren en kijken vol interesse in de boeken. Onze kinderen daarentegen zitten met z’n vijven in een hoekje en zijn te verlegen om de klas toe te spreken. Na de presentatie gaan de kinderen naar buiten. Dat past meer bij onze kinderen, al snel rennen ze allemaal door elkaar achter elkaar aan over het schoolplein, hun gegil en gelach klinkt door tot in het lokaal waar wij nog staan na te praten met de juf. Ze heeft lekkere hapjes meegenomen en we kletsen over de verschillen in onze levens. Het is heel bijzonder om op deze plek zo dichtbij het dagelijks leven te komen.

29790639_10155064669965566_2205173087657466375_n (2)

Ook is er een Paasbijeenkomst in de kerk die we bijwonen. De mensen zijn weer prachtig gekleed in het wit en hebben bloemenkransen op hun hoofd. Het mooist zijn de Polynesische liederen, het lolligst de mannen, ze zitten op hun telefoon te kijken naar foto’s, vallen in slaap en schrikken om de zoveel tijd wakker. De vrouwen aan de andere kant van het gangpad, zijn meer geïnteresseerd in de preek of kunnen beter doen alsof, alhoewel de vrouw naast me het moment aangrijpt om me de hemd van het lijf te vragen: ‘Hoe vind je het hier? Hoe lang ben je al onderweg? Heb je maar één kind? Hoe lang blijven jullie nog varen?’ Ik antwoord en kijk ondertussen met een schuin oog om me heen, ik weet dat het in Nederland behoorlijk not-done is om in de kerk gezellig te gaan zitten kletsen, maar hier lijkt t toch wat minder uit te maken.

Na een dag of tien is het tijd om verder te varen, het weer gaat omslaan, er komt regen aan.

IMG-20180619-WA0008

Master Grey

De tocht naar de Australs is klote, veel buien, soms met onweer en wisselende winden. Ik ben graatmager als we aankomen, je kunt wel raden hoe dat komt. Dolblij weer vaste grond onder mijn voeten te hebben wandel ik direct een heel eind, na de wandeling ben ik bezweet en plons van de boot in het water, Marco heeft liggen slapen en zwemt daarna naar El Caracol, weer wat later komt een bevriend Nederlands stel op bezoek, ze lagen al voor anker in de baai. Als ze vlak bij de boot zijn gebeurt er iets opmerkelijks: een grote grijze haai komt omhoog uit de diepte en bonkt tegen hun dinghy, één keer en nog een keer en hij blijft hun bootje achtervolgen. Dan zijn ze bij onze boot en klimmen wat angstig aan boord. ‘Zag je dat? Dat was echt een bizar, die haai was hartstikke groot!’ De schrik zit er diep in… hier waren we net nog aan t zwemmen…

‘Hey bonjour!’, roept een Fransoos, Antoine, in een kano de volgende morgen. We nodigen hem uit aan boord, hij blijkt in het ziekenhuis de dienstdoende tropenzuster te zijn, onmiddellijk vragen we hem het hemd van het lijf. ‘Waar kun je surfen? Is die haai de enige of zijn er meer?’ Haha, ja er zijn er drie. Ze leven onder de pier, ze doen niks.’ Jaja, dat hebben we vaker gehoord… nu begrijpen we waarom er niemand van de pier springt en zwemt. Normaal wemelt het van de zwemmende kinderen bij een pier. Surfen is buiten op, het is een flinke dinghyrit, er is geen pas van de baai naar de surfbreak. Ik weet genoeg. Na het ongeluk met onze gast Dominic (nee, er is nóóit iemand door een haai gebeten in de Tuamotus) ga ik niet meer buiten op surfen. Logisch namelijk dat er nog nooit een surfer is gebeten, er zijn ook nooit surfers in de meeste passen… De grijze haai wordt omgedoopt tot Master Grey, elke dag aan het eind van de dag komt hij langs, zwemmen rond de boot is er niet meer bij. De kinderen vinden het echter fantastisch, ze proberen hem te vangen en gruwelen tegelijkertijd. Raivavea is een waanzinnig mooi eiland met één steile bergpiek, samen met Antoine en Cat, George en de kinderen beklimmen we de berg, het is een onwijs gave hike, hele steile stukken en het uitzicht is fenomenale. We hebben een legendarische bbq op het eilandje waar we ook kiten. Marco heeft nog wat wiet en Cat en ik doen ook mee. We krijgen een lachstuip die erger en erger wordt omdat Cat krampachtig ‘normaal’ probeert te doen. Na twee weken moet El Caracol verder, het waait echter niet, dus wij besluiten te wachten op wind. Uiteindelijk komt er een klein beetje wind en na weer een kloterig zeiltochtje, met onze nieuwe crew Daan, komen we aan in Tahiti. Surfs-up!!

Posted november 20, 2019 by marije73 in Uncategorized

OVERLEVEN IN EEN ONBEWOOND ATOL   3 comments

Midden in Grote Oceaan liggen vele atollen: cirkelvormige stukken land van zand en koraal, met in het midden een enorme lagune. Op het land veel palmbomen en woest struikgewas, onderwater veel vis en koraalvelden. Onaangetast door mensen – zonder mensen. Je hoort alleen geluiden uit de natuur: het geklots van de golfjes tegen de boot, het plonzen van vissen in het water en het getetter en gekwetter van de verschillende vogels. Verder is er niets dan rust. Toch is het leven op een atol niet zorgeloos. Een langdurig verblijf op zo’n verlaten plek vergt wel enige voorbereiding.  Want wat eet je? Wat doe je de hele dag? En misschien wel het moeilijkste gedeelte van de reis: hoe navigeer je veilig door de ingang van het cirkelvormig atol, ook wel pas genoemd? Het varen door de pas van een atol vraagt enig zeemanschappelijk inzicht: er kan wel tot 9 knopen getijstroming staan en als het mis gaat is er geen mens om je te helpen. Echt goed voorbereiden is lastig: de gedijtabellen die op internet staan, kloppen niet. Het is dus zaak de pas ‘te lezen’. Gelukkig is het voor ons niet de eerste keer dat we een pas nemen. We zijn inmiddels letterlijk door (bijna) schade en schande wijs geworden.

18556258_10154314387650566_8755974778857548110_n

 

IN DE PAS

Het is vroeg in de ochtend als we bij een onbewoond atol in Frans-Polynesië aankomen. We zijn best moe na 48 uur zeilen en het liefst varen we meteen het atol binnen om voor anker te gaan. Vol spanning kijken we naar de pas. Zouden we naar binnen kunnen, is het in of uitgaande stroming? Marco: “De stroom is uitgaand, dat zie je duidelijk aan de opstaande golven tegen de wind in, ver van de pas vandaan op zee. We proberen op de motor naar binnen te varen. Ga jij voorop staan en kijk of het diep genoeg is.” Ik klim op de boegspriet met mijn polariserende zonnebril op. Ik heb goed zicht, het water is helder en ik zie duidelijk het koraal in de diepte. “Hoe diep is het hier?” “Tien meter,” roept Marco terug. Ik kijk goed voor me. We komen dichter bij de pas, de motor draait op volle toeren, voor me kolkt de zee. We gaan superlangzaam vooruit. “Hoeveel is de snelheid over de grond?’, roep ik. “Twee knopen,” antwoordt Marco, “en op de snelheidsmeter staat al 9 knopen.” Shit, en we zijn nog niet eens in het snelst stromende gedeelte. Na tien minuten vechten tegen de stroming, besluit Marco te stoppen. “We wachten buiten, dit gaat niet werken!” En dan maakt hij een grote vergissing. Hij draait het stuur om en wil keren. We worden gepakt door de stroming en ik zie de kant dichterbij komen. Geschrokken gil ik: “Pas op! Heel ondiep!” Geluk bij een ongeluk is dat Marco de boot weer onder controle krijgt en de pas uit weet te manoeuvreren. Met een bleek gezicht zegt hij: “Pfff, dat ging maar net goed, echt stom. Ik had natuurlijk gewoon rustig achterwaarts moeten meedrijven met de stroming!” Na drie uur wachten buiten op zee kalmeert de pas. We zien de golven kleiner en kleiner worden en ook niet meer zo ver op zee breken. We gaan voor de tweede ronde. Deze keer gaat het wel goed en op de motor varen we rustig door de pas. Het water is zo helder dat ik de vissen onder me door zie zwemmen vanaf de boegspriet. Ik zie duidelijk hoe we moeten varen. Alles gaat perfect en we zoeken een ankerplekje om de hoek, na de pas achter een motu, een eilandje van zand en koraal, begroeid met palmen en woeste struiken.

30707068_10155101887525566_6663078032401498112_n

ONGEREPT

Er heerst hier een onbeschrijfelijke rust. Ik voel elke vezel in mijn lichaam ontspannen. Doordat het ontbreken van onnatuurlijke geluiden, zoals buitenboordmotoren, vliegtuigen, treinen en auto’s, hangt hier een vredige sfeer. Tot nu toe hebben we eigenlijk vooral bewoonde atollen bezocht. Hoe klein en dunbevolkt zo’n bewoond atol ook is, echt rustig is het er niet. Vooral niet in de buurt van het dorpje, waar vissersboten in- en uitvaren met hun buitenboordmotoren en waar iedereen onze boot een bijzondere attractie vindt en we dus altijd wel aanloop hebben. Heel erg leuk, maar ik vind het ook bijzonder om eens een keer totaal te onthaasten op een onbewoond atol.

ONDERWATERWERELD

Wel wennen, die rust. Je bent hier helemaal los van de wereld. Geen klein winkeltje, geen mensen om even mee te kletsen, alleen vogels en vissen. Sommige mensen denken bij een onbewoond eiland direct ‘lekker met je billen bloot, melk uit een kokosnoot en helemaal niets doen’. Maar dat lukt mij niet. Ook zoon Mathies heeft behoefte aan avontuur. Dus gaan we regelmatig samen op onderzoek uit. Favoriet tijdverdrijf: met de SUP de lagune verkennen. Juistverschuilen. Keizervissen vormen altijd een paartje en snappers zijn én blijven schuw. Een echte aanrader is ‘drift snorkelen’: dan vaar je in de bijboot met ingaand tij de pas uit, bind je de bijboot om je enkel en laat je je vervolgens met de stroming mee door de pas naar binnen drijven. Op sommige plekken is een stroming -luwte: hier hangen alle vissen in grote rijen en scholen, terwijl de grotere vissen erdoorheen zwemmen. Zelf kun je je vasthouden aan een stuk rots en genieten van het onderwaterspektakel. Je merkt gewoon dat er heel weinig mensen komen, want de vissen zijn totaal niet bang, eerder nieuwsgierig.

 

ZELFS HAAIEN WENNEN

In de lagune is er een enorme diversiteit aan vissen. We noteren hele scholen papegaaivis, vlindervis, en sergeant majoors, paartjes keizervis, enorm grote Napoleonvissen, mantaroggen, pijlstaartroggen, arendroggen en zeeschildpadden. Onder de rotsen wemelt het van de tandbaarzen en het stikt hier werkelijk van de haaien. Zwart en witpuntrifhaaien, maar we spotten ook regelmatig grijze haaien en citroenhaaien. In het begin zijn we er als de dood voor, maar zelfs haaien wennen. Je moet alleen even goed onthouden dat je niet gaat speervissen zonder drijfbak waar je direct de gevangen vis in kunt gooien. Doe je dat niet, dan wordt het in no-time druk met haaien die op het bloed van de vis afkomen. Dan kan het wel gevaarlijk worden. Waar ik me het meest over verbaas is dat de kwaliteit van het koraal enorm verschilt, zelfs op een korte afstand als een meter. Op de ene plek is het enorm levendig, divers en vol vis, terwijl op een andere plek het koraal helemaal afgestorven is.

16996425_10154102102530566_8341643740636256327_n

“Hoe is het met de plastic soep?” vragen onze vrienden uit Nederland. Nu lijkt het hier in Frans-Polynesië wel mee te vallen: onder water zie ik haast nooit plastic zakken in het koraal hangen en ook de stranden zijn behoorlijk plastic vrij. Maar ik weet natuurlijk niet hoe veel microdeeltjes plastic er in de zee ronddrijven. Wel heb ik heremietkreeftjes gezien die in een oude plasticdop wonen.

972178_10154492951285566_6051952693287315700_n

DAGELIJKS LEVEN

Hoe paradijselijk de omgeving ook is, bij ons begint de dag steevast met school. Na school gaan we vaak iets actiefs doen, omdat je de tijd hebt, weet je na een week precies waar welke vissen wonen. Het is een leuk en leerzaam proces om te ontdekken dat vissen vaste woonplaatsen en gewoontes hebben. Tandbaarzen bijvoorbeeld zijn heel goede rovers, maar houden zich doodstil als er een haai in de buurt is. Dan weten ze niet hoe snel ze zich tussen de rotsen moeten, Mathies wil vaak graag vissen in zijn kano, ik zelf houd ervan te wandelen, suppen, kitesurfen of snorkelen en Marco zit vaak te lezen, werkt aan de boot of gaat mee iets actiefs doen. En natuurlijk gaan we regelmatig op jacht, op zoek naar langoest of eetbare dingen van de kant, zoals kokosnoten en palmhart. Maar hoe groot onze vangst ook is, we kunnen niet zonder de voorraden die we zelf hebben meegenomen uit de bewoonde wereld. Onze voedselvoorraad lijkt veel op die van een oceaanoversteek. Dus veel lang houdbare groente, zoals pompoen, kool, wortel, ui, knoflook, aardappelen en inlandse groentes, zoals broodvrucht en zoete aardappels. Ook nemen we altijd een tros groene bananen mee en zoveel mogelijk groene papaja’s. Ook maak ik altijd van tevoren soep van verse groente, bijvoorbeeld wortelsoep en tomatensoep, en weck ik verse bolognesesaus. Zo hebben we altijd gezond te eten als alle verse groentes op zijn. Wat ook lekker én voedzaam is, zijn de kiemen van sojabonen. Je maakt ze eenvoudig zelf door sojabonen te laten ontkiemen. De kiemen, die wel wat weg hebben van taugé, zijn heerlijk in rijstgerechten of als extraatje op je brood. Verder hebben we een koel- en vrieskast aan boord. Hierin bewaar ik mijn klaargemaakte (niet -geweckte) eten en natuurlijk onze zelf gevangen vis en zelfgemaakte kaas en yoghurt. Na een week of twee, drie komt de bodem van onze voorraad langzaam in zicht. Dan stappen we over op blikgroente, gecombineerd met verse producten van het eiland en – het blijft lekker – taugé. Ook eetbaar zeewier is lekker en gezond. Maar wat echt favoriet is bij ons aan tafel, is palmhart. Het is het binnenste van een heel jong palmboompje en is heerlijk als salade met krentjes.

18893294_10154367607960566_2869554637893752812_n

VERSE VIS

De voornaamste voedselbron rond dit atol is natuurlijk vis. Vanaf de boot vissen we naar horsmakrelen met nepvisjes of blinkers. Ook gaan we wel eens lijnvissen achter de bijboot en Mathies houdt erg van vissen met een handlijn. Wel letten we goed op dat we geen rifvis eten, in verband met ciguatera, een vergiftiging met het gif ciguatoxine, dat onder andere in sommige algen zit. Ook speervissen durven we niet zo goed, vanwege de haaien. Zelfs al gebruik je de eerder genoemde bak voor de gevangen vis, dan nog zwemmen de haaien in groten getale om je heen. Dat vinden we te riskant, er is immers geen ziekenhuis in de buurt. Redelijk risicovrij is het ‘vangen’ van langoest. Die kun je vinden op het half drooggevallen koraalrif wat rondom de atol ligt – in de nachten dat er geen maan is. Dan gaan we bewapend met een emmer en zaklamp – en waterschoenen aan onze voeten en vingers beschermd door handschoenen– het rif op. Het zoeken is simpel en spannend tegelijk: je schijnt met je zaklamp en kijkt of je oogjes op ziet gloeien. Als je een langoest hebt gespot, dan grijp je ’m zo snel mogelijk of je spietst ’m met je harpoen. Kleine langoesten laat je gaan en ook vrouwtjes met eieren mag je absoluut niet vangen. Vanaf ongeveer 20 centimeter zijn deze kreeftachtigen volwassen en mag je ze eten. De ervaring leert dat hele grote langoesten veel minder lekker zijn. Die laten we lekker lopen. Soms horen we watertandend verhalen aan over de kokoskrab. Van meerdere kanten hebben we al verhalen gehoord over hoe vreselijk lekker deze diertjes wel zijn – in ons hoofd neemt de smaak van deze kreeften mythische proporties aan. Dus toen Mathies riep: “Mama, papa, ik heb kokoskrabben gezien! Kom, we gaan ze vangen!” ging Marco snel met hem mee. Trots toonden we de vangst: een zak gevuld met twee grote kokoskrabben. Eenmaal gekookt, nemen we allemaal een stukje en proeven we vol verwachting. Teleurgesteld zeg ik: “Ik vind het helemaal niet naar kokos smaken, eerder naar zand.” Marco en Mathies knikken instemmend. Later horen we van onze vrienden dat ze precies hetzelfde vonden. Vanwaar dan toch die mythe?

WEER NAAR HUIS

En na enkele weken – eigenlijk zijn we het besef van dagen en tijd wel wat kwijt geraakt – is het tijd om weer verder te gaan. We realiseren ons dat het zeilen in dit gebied, met tal van atollen, bewoond en onbewoond, in deze moderne tijd een stuk gemakkelijker en veiliger is dan vroeger. Meerdere malen vragen we ons hardop af hoe schippers dit vroeger deden, zonder de hulp van Navionics, Open CPN en Google images (deze laatste opent Marco steevast in Open CPN). Aan de andere kant, de informatie van het blote oog blijft van onmisbaar belang. Altijd als we zeilen in het atol, neem ik mijn vaste positie in op de boegspriet. Want ondanks alle elektronische kaarten en voorzorgsmaatregelen zie ik vanaf mijn eerste rij regelmatig koraalblokken opdoemen die toch niet zo duidelijk te zien waren op de kaarten. Voorzichtig manoeuvreren we ons schip weer naar buiten, het atol uit, de Grote Oceaan op, richting Tahiti en Moórea!

ps. Ik dit zijn inhaalblogs, zoals jullie opgemerkt hebben, was t een tijdlang stil. ik heb veel artikelen gepubliceerd en deze verhalen zet ik nu wekelijks online, zodat jullie super snel met terugwerkende kracht weer bij zijn over een paar weken!

Posted november 13, 2019 by marije73 in Uncategorized

Tahiti en Moorea, Tuamotus   4 comments

Na de vlakke koraalringen van de Tuamotus, en het eindeloze blauw, is Tahiti een mega contrast. Tahiti rijst op uit zee met dramatische bergpieken tot 2.000 meter hoog en scherpe dalen, mystieke mist hangt in de bergen en overal zijn surfspots. Ik ben meteen tot over mijn oren verliefd. Wow! Wat een waanzinnige plek op aarde is dit.

22730558_10154711408140566_4817100734434063701_n

We kitesurfen in verschillende passen. De golven zijn snel en indrukwekkend, de wind maakt het extra spannend, want die is schuin aflandig en als hij net een tikje verder draait, valt hij weg. Ik moet er niet aan denken dat ik in de pas kom te drijven tussen de brekende golven en het scherpe koraal  zonder wind met een gecrashte kite. Gelukkig gaat alles goed en je voelt het als de wind gaat draaien; dan begint de vlieger eerst te klapperen. Ook valt de wind nooit in één keer weg en als hij gaat klapperen, heb je tijd genoeg om naar de kant te kiten. Het starten is overal spannend, of het is een klein piertje met scherpe stenen, of een belachelijk smal strandje met palmen of we moeten uit de dinghy starten. Ik raak er elke keer weer een beetje gestrest van.

Moorea

In Moorea hebben we één van de mooiste kitesurfweken van de hele reis. Al staat Chichimee in San Blas op de gedeelde eerste plek. Er waait een straffe Maramu, zuidoostenwind, rond de dertig knopen en de golven in de pas zijn tot 3 meter hoog. De pas is afgesloten, er kunnen geen boten in of uit, door de enorme golven. Wat een feest voor ons! Ik kan zelfs met een 6m2 kitesurfen; dat is lang geleden. Maar dan gaat het mis. Ik pak een golf, stuur mijn kite in een  downloop voor extra snelheid, maar stuur mijn kite te laag, zo de golf in. Doodsbenauwd voel ik hoe mijn kite meegenomen word, snel neem ik een besluit: losgooien! Weg met die kite voordat ik meegesleurd word en over het rif getrokken word. Hopelijk overleeft mijn kite de wasmachine nu hij los is. Mijn kite pakt weer wind en ik zie hem zo verdwijnen  richting open zee… daar drijf ik dan op mijn surfboardje in de pas. Ik probeer door de pas te peddelen naar de kant maar het lukt niet, de uitgaande stroming is te sterk. Er zijn gelukkig nog twee jongens aan het kitesurfen. ‘Help!’, roep ik uit volle borst en wuif met mijn armen. Eén van de jongens probeert mijn kite te gaan halen, maar hij is ook op een strapless boardje en het lukt niet goed, de andere jongen komt naar mij. Terwijl hij me naar de kant wil trekken, zien we Marco in onze dinghy naderen. Gelukkig nog meer hulp. Marco gaat snel mijn kite halen en pikt daarna mij op. ‘Wow, ik ben blij dat je het zag!’, zeg ik opgelucht. Zelfs mijn kite heeft overleefd. Na Moórea gaan we weer naar Tahiti.

Tahiti

Tahiti heeft het allemaal: winkels, grote supermarkten, goede ziekenhuizen, gezellige bar bij de marina in Papeete en een super mooie golf in de pas naar de lagune én een waanzinnige leuke beachbreak waar zowel Mathies als ik lekker kunnen surfen. ‘Mathies ga je mee naar Papara?’ ‘Ja! Ik ga mee! En ik neem mijn bodyboard en vislijn mee.’ Het is eigenlijk voor het eerst dat Mathies zonder morren meegaat naar een surfstrand. Normaal is hij niet zo van het bodyboarden en surfen, helaas-pindakaas. Maar hier vindt hij het ook leu, en dat vind ik weer mega leuk! Ik ga nog liever naar de wat minder goede golven, en de drukte samen met Mathies dan alleen in de pas in Papeete. Het mooiste is het als ik ’s ochtends in de pas kan (als het niet te druk is, want dan word ik zenuwachtig) en dan ’s middags met Mathies naar Papara. Het is zo cool, we liften met een surfboard en een bodyboard naar t strand en hebben altijd binnen 10 minuten een lift! ‘Waar moeten jullie heen?’ ‘Papara, we gaan surfen.’ ‘Oh, ik woon een paar kilometer voor Papara.’ ‘Geeft niks, we stappen uit en vragen een nieuwe lift.’ Negen van de tien keer hoeft dat niet eens, want dan rijden de mega lieve Polynesiërs gewoon even door om ons af te zetten. We blijven er nog een maand en dan begint het orkaanseizoen en gaan we nog een keertje naar Gambier en de Tuamotus. Deze keer stoppen we juist bij bewoonde atollen. We hebben twee favorieten: Amanu en Makemo.

 

Makemo

Dit atol staat echt op een gedeelde nummer één met Amanu. Waarom? Omdat we er vrienden hebben, en dat is echt zo belangrijk heb ik gemerkt. Eenzaamheid is killing! Je kunt op nog zo’n mooie plek liggen, maar zonder vrienden om je heen is het echt minder leuk! Daarnaast kunnen we er kitesurfen naast de boot op mega vlak water vlak voor het dorpje en lopen er als het niet waait mooie golven in de pas! ‘Marije, Mathies en ik gaan met Tahina op tonijnenjacht.’ Snel kitesurf ik naar de boot, ik versta het niet goed. ‘Wat?’ ‘We gaan zo op tonijnenjacht met Tahina.’ ‘Ok! Ligt de lijn uit om kijn kite aan te klikken?’ ‘Ja, heb ik net gecheckt!’ Ik steek mijn duim op en wens ze veel plezier. Tahina is op een middag langs komen wippen, we liggen aan de kade in het dorp en het is een gezellige boel. Om de haverklap komt er iemand op bezoek met een tas bier. We worden uitgenodigd voor een bbq en Marco en Mathies mogen met Tahina, een super toffe gast uit het dorp, mee vissen. Tahina is een ware meester, bijna net zo goed als Mathies 😉

 

Toch moeten we na twee weken afscheid nemen, want de regen en onweersbuien nemen in hevigheid toe, en ook heel belangrijk onze Portugese vrienden van El Caracol, zijn al in Gambier en wachten op ons! We maken een korte tussenstop op Amanu, waar we ook vrienden hebben, het is een warm weerzien met veel gezellige etentjes, feestjes, cadeaus: prachtige bloemenkransen en schelpenkettingen. En dan varen we door naar Gambier!

ps. Ik dit zijn inhaalblogs, zoals jullie opgemerkt hebben, was t een tijdlang stil. ik heb veel artikelen gepubliceerd en deze verhalen zet ik nu wekelijks online, zodat jullie super snel met terugwerkende kracht weer bij zijn over een paar weken!

Posted november 5, 2019 by marije73 in Uncategorized

%d bloggers liken dit: